HAP en RAV's in gesprek met partners


Zo’n 35 mensen namen op woensdag 25 april deel aan de invitational conference, die Ambulancezorg Nederland en de Vereniging Huisartsenposten Nederland organiseerden in het kader van het project ‘Samenwerking HAP  en RAV’.
 

Aan tafel zaten afgevaardigden van onder meer de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Landelijke Huisartsen Vereniging en het Nederlandse Huisartsen Genootschap, het Landelijk Netwerk Acute Zorg, de Landelijke Vereniging Georganiseerde eerste-lijn, V&VN Ambulancezorg, het Ministerie van VWS, de Nederlandse Zorgautoriteit, de Regieraad Kwaliteit van Zorg en Zorgverzekeraars Nederland.

Ook onderzoeksinstituten, waaronder IQ-healthcare, waren vertegenwoordigd. Uiteraard namen vertegenwoordigers van verschillende huisartsenposten en RAV’s deel aan de conferentie.


Op 21 maart spraken directeuren van huisartsenposten en RAV’s al met elkaar over de belangrijkste thema’s uit een inventarisatie naar samenwerking tussen huisartsenposten en RAV’s, die in het kader van het project is gehouden. Aan deze bijeenkomst is in de eerste special aandacht besteed. De resultaten van de directeurenbijeenkomst hebben de input voor deze invitational conference opgeleverd. Het doel van deze conference is om met de belangrijkste stakeholders te komen tot een agenda voor de toekomst.


Politiek
Dagvoorzitter Hans Simons deed de aftrap voor de bijeenkomst. “Ik kijk met interesse naar de stukken die het kabinet -dat net gevallen is- heeft uitgegeven. Rond de zorg draait het om kosten, bestuur en kwaliteit. Het is opvallend dat partijen in het Catshuis niet veel verder kwamen dan een eigen bijdrage voor geneesmiddelen.

Het is blijkbaar moeilijk antwoorden te formuleren op de grote vraagstukken van de gezondheidszorg. Ik hoop dat die in de toekomst wel gevonden worden, zodat er meer in- en overzicht ontstaat.

De onduidelijkheid op macroniveau is voor ons relevant. Er blijkt uit hoe essentieel samenwerking is, in bestuurlijke zin en tussen professionals. De kunst is om in de komende jaren, met behulp van de uitkomsten van projecten als deze, een intelligente intensivering van bestuurlijke samenwerking te realiseren. En die dan vervolgens te vertalen naar de praktijk, want ook de inrichting kan slimmer. Op die manier is er winst te boeken in de keten van spoedeisende zorg.”

Project ‘Samenwerking HAP+RAV’
Er is al lang sprake van samenwerking tussen huisartsenposten en RAV’s. De indruk bestond echter, en wordt door de enquête bevestigd, dat verbeteringen mogelijk zijn. Gezien de ontwikkelingen binnen de acute zorg is een beleidsagenda met toekomstplannen van belang. Ook vanuit het Ministerie van VWS is daartoe opgeroepen.



Het project moet leiden tot inzicht in de mate van samenwerking tussen huisartsenposten en RAV’s, de aandachtspunten en best practices. Verder wordt er een beleidsagenda voor de toekomst opgesteld. De bedoeling is de goede ervaringen die zijn opgedaan, beschikbaar te stellen aan veldpartijen. Ook komen er adviezen over (hoe tot) samenwerkingsafspraken (te komen). Concreet betekent dit dat er een handboek gaat verschijnen en dat een informatiebijeenkomst wordt georganiseerd.

Uitgangssituatie
De acute zorg is volop in beweging. Het Ministerie van VWS werkt aan een nieuwe toekomstvisie. Daarbij gaat het om service en patiëntveiligheid. Kwaliteit komt als eerste, maar ook doelmatigheid is een belangrijk thema. Een veel gehoord geluid is dat de eerste  lijn voorop moet staan; basiszorg dichtbij is het uitgangspunt. Actueel is verder de samenwerking tussen huisartsenposten en SEH’s. In de tweede lijn gaat het vooral over concentratie van de topzorg en reductie van  SEH’s.

Cijfers 2010

Huisartsenposten
Iets meer dan 4 miljoen patiëntencontacten:
• 10% resulteert in een visite
• iets minder dan de helft leidt tot een consult op de huisartsenpost
• 1,65 miljoen telefonische consulten

Ambulancezorg
Iets meer dan een miljoen ritten:
• Ruim 700.000 ritten spoed (A1 en A2)
• Een kleine 200.000 leidt niet tot vervoer
• 350.000 B-inzetten (besteld)

Aantal MKA-contacten via 112: niet bekend; schatting is 3,5 tot 4 miljoen, waarvan de helft van burgers en de andere helft van zorgverleners.