Workshop 2:
Vorm van het LPA


Iemand stelt dat de vraag centraal staat hoe het klinisch redeneren eruit moet zien. Je gaat starten met het toestandsbeeld (symptomen) en komt vervolgens via diagnostisch redeneren tot een werkdiagnose. Die zou je in een protocol alfabetisch moeten ordenen. Een andere suggestie is eerst levensbedreigende zaken aan de orde te stellen. Een mengvorm is: ordenen in grote diagnoses, daarbinnen levensbedreigende zaken uitfilteren en dan naar de diagnosegroepen (geordend op alfabet).
 

Protocolgebruik
50% van de ambulanceverpleegkundigen gebruikt het protocol om achteraf vast te stellen of ze goed gehandeld hebben. 25% raadpleegt het vooraf en minder dan 25% waar de patiënt bij is. Als je dat weet is de vraag welke vorm passend is. Willen we de protocollen dan allemaal op onze telefoon hebben?

 

Het gebruik van het protocol zou leidend
moeten zijn voor de vormgeving

Vorm

  • Het protocol moet digitaal zijn. Dat is ook voor e-learning interessant. Met het oog op calamiteiten moet iedereen ook altijd een boekje bij zich hebben.
  • Het protocollenboekje moet kleiner, compacter worden. De toelichting kan in het naslagwerk waar ook de schema´s in staan. Dat wordt dus omvangrijker dan het boekje zelf.
  • Belangrijk is ruimte voor eigen aantekening, ook in de digitale variant.
  • Een deel van het protocol moet inzichtelijk zijn in de vorm van denkstappen in een bepaalde volgorde (flowchart). Rood is bijvoorbeeld ‘gewoon doen’; andere kleuren geven meer optionele dingen aan.

 

Een flowchart bevordert de snelheid van handelen;
een nadere inhoudelijke afweging kost tijd

    

Houdbaarheidsdatum
Hoe vaak moeten de protocollen geactualiseerd worden? Opgemerkt wordt dat het bij de introductie van LPA 7 om minder substantiële wijzigingen leek te gaan maar dat was niet zo. In algemene zin lijkt verandering van het protocol te moeten gaan over (aangetoonde) verbeteringen en niet zozeer over  aanvullingen. Iemand stelt voor om aan te sluiten bij de vijfjaarlijkse internationale cyclus rond reanimeren. Hoe dan ook is belangrijk dat de vorm verandering op een flexibele manier mogelijk maakt (digitaal, ringbandje).
 

Als het gaat om (de introductie van) nieuwe protocollen
is het uitgangspunt‘ oud is niet fout, tenzij…’ belangrijk