Introductie


Ambulancezorg wordt in Nederland geleverd door gespecialiseerde verpleegkundigen, chauffeurs en centralisten. Deze zeer hoogwaardige zorg omvat het hele proces van een melding tot en met de overdracht van een patiënt in een ziekenhuis. Hét symbool hiervan is de ‘star of life’, een blauwe ster van zes stralen met in het midden een slang die kronkelt rond een staf.
 
Ambulancezorg; mobiele schakel in de (acute) zorgketen
In Nederland zijn 24 uur per dag, 7 dagen per week, ongeveer 680 ambulances beschikbaar om ambulancezorg te verlenen. Meer dan 4000 bekwame ambulancezorgverleners bieden spoedeisende en geplande ambulancezorg. De Meldkamer voor de Ambulancezorg (MKA) geeft jaarlijks ruim 1 miljoen ritten uit. Daarvan zijn er ongeveer 650.000 voor spoedeisende medische hulpverlening. Ongeveer 350.000 ritten zijn voor de zogenaamde ‘geplande ambulancezorg’.
 
De ambulancezorg heeft zich in een relatief korte tijd ontwikkeld van een vervoersvoorziening tot een zorgvoorziening en tot een volwaardig onderdeel van de keten van spoedeisende medische hulpverlening. Naar verwachting wordt dit per 1 januari 2011 bekrachtigd door de Wet Ambulancezorg. In deze wet wordt de ambulancezorg regionaal georganiseerd.
 
Regionale Ambulancevoorziening (RAV)
De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) is verantwoordelijk voor het leveren van ambulancezorg. Binnen deze organisatie werken ambulancediensten en de MKA samen. RAV-en kunnen zowel publiek als privaat georganiseerd zijn. Met de komst van de nieuwe Wet Ambulancezorg zal Nederland 25 RAV-en kennen.
 
Meldkamer Ambulancezorg (MKA)
Ambulancezorg begint bij een melding aan MKA. In deze meldkamers zijn ruim 400 centralisten werkzaam. De meeste MKA’s zijn gehuisvest op dezelfde plek als de meldkamers van de brandweer en politie. Dit zijn gecolokeerde meldkamers.
De meldkamer is verantwoordelijk voor het proces van indicatiestelling, zorgtoewijzing en zorgcoördinatie en registratie. Elke melding wordt door een centralist op zorgbehoefte beoordeeld. Indien nodig wordt een ambulance gestuurd. De meldkamer kan de zorgvrager ook doorwijzen naar een andere hulpverleningsinstantie of telefonisch advies geven. Soms is de inzet van meerdere hulpverleners ter plaatse noodzakelijk, zoals een traumateam, politie en/of brandweer. De MKA vervult hierbij een coördinerende rol.
 
Spoedeisend en planbaar
Er wordt binnen de ambulancezorg onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en planbare ambulancezorg. Bij spoedeisende ambulancezorg wordt onderscheid gemaakt tussen A1- en A2-urgentie. Bij een A1-urgentie is sprake van een levens-bedreigende situatie en moet de ambulance binnen 15 minuten na melding ter plaatse zijn. Bij een A2-urgentie is geen sprake van een levensbedreigende situatie, maar is wel spoed geboden: de ambulance dient zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen 30 minuten ter plaatse te zijn. Planbare ambulancezorg wordt ook wel B-vervoer genoemd. Een voorbeeld van planbare ambulancezorg is het vervoer van een patiënt vanuit het ziekenhuis naar huis.
 
Deskundig personeel
Op de meldkamer en op de ambulance werken bekwame zeer goed opgeleide mensen. De meeste meldkamercentralisten beschikken over een verpleegkundige basisopleiding; alle centralisten beschikken over een landelijke opleiding tot meldkamercentralist. Ambulanceverpleegkundigen zijn bevoegd om zelfstandig ambulancezorg te verlenen. Naast een basis-verpleegkundige opleiding beschikken ambulanceverpleeg-kundigen over aanvullende specialistische opleidingen zoals Intensive Care en Cardiac Care en hebben zij de landelijke opleiding tot ambulanceverpleegkundige gevolgd.
Ambulancechauffeurs zijn bevoegd om medisch assisterende handelingen te verrichten. Vanzelfsprekend zijn ambulance-chauffeurs geschoold in het veilig vervoeren van patiënten in spoedeisende situaties. Ook de ambulancechauffeurs hebben een landelijke opleiding gevolgd. Jaarlijks worden er ongeveer 240 nieuwe ambulanceverpleegkundigen, ambulancechauffeurs en verpleegkundig centralisten opgeleid. Om ervoor te zorgen dat het personeel op de meldkamer en op de ambulance deskundig blijven, volgen zij allen jaarlijks verplichte landelijke en regionale scholingen.
 
Landelijke protocollen
Om de inhoudelijke kwaliteit van de medische zorgverlening te waarborgen, wordt binnen de ambulancezorg, zowel op de ambulance als op de meldkamer, gewerkt met landelijke protocollen. Deze protocollen zorgen er ook voor dat ambulancezorg in Nederland niet alleen kwalitatief goed is, maar ook uniform. Dat wil zeggen, dat iemand met een klacht in Groningen dezelfde zorg krijgt als iemand in Zuid-Limburg met dezelfde klacht. Een arts, de medisch manager ambulancezorg (MMA), is eindverantwoordelijk voor de medische inhoud van de zorgverlening. De MMA is niet direct (ter plaatse) betrokken bij de zorgverlening, maar is op afstand raadpleegbaar. De MMA is verantwoordelijk voor het toetsen van de bekwaamheid van ambulancehulpverleners en centralisten, op basis van de protocollen.
Samenwerking binnen de spoedeisende medische hulpverlening
De ambulancezorg werkt nauw samen met ketenpartners binnen de spoedeisende medische hulpverlening. Het gaat hier om de samenwerking met andere zorgverleners ter plaatse, zoals huisartsen en traumateams en om een goede doorgeleiding van de patiënt binnen de keten, bijvoorbeeld bij de overdracht aan een ziekenhuis (SEH) of traumacentrum.
De ambulancezorg beweegt zich hierbij als ‘mobiele zorgverlener’ letterlijk en figuurlijk tussen de schakels van de acute zorgketen. Daarnaast werken ambulancezorgverleners nauw samen met partners binnen de keten van openbare orde en veiligheid, in het bijzonder met politie en brandweer.