LPA-7.2 (maart 2011)
21/11/12; Protocol 12.5 Asystolie
Sinds enige tijd circuleert er in Nederland een zogenaamde wijziging van protocol 12.5 (asystolie). De wijziging die hier wordt aangegeven is niet afkomstig van de protocollen commissie van AZN.
Wel heeft de Protocollencommissie AZN naar aanleiding van een vraag over het stoppen zoals beschreven in protocol 12.5 en de daar gegeven observatie periode een antwoord geplaatst bij de FAQ’s behorende bij LPA 7.2, op de website van AZN (zie overzicht veel gestelde vragen).
Protocol 12.5 schrijft voor dat na de beslissing om te stoppen, de beademing wordt losgekoppeld en de patiënt gedurende 5 minuten wordt geobserveerd. Dit is conform het leerboek van de ERC en wordt ook in de Nederlandse editie van dit leerboek op pagina 60 en 61 verwoord. Deze observatieperiode vloeit voort uit meldingen waarbij bleek dat na het stoppen van de reanimatie, toch een ritme met output ontstond. Als mogelijke verklaring hiervoor wordt gegeven dat bij de geïntubeerde patiënt door airtrapping het ontstaan van ROSC negatief beïnvloedt wordt.
In sommige landen is een dergelijke observatie periode zelfs opgenomen in formele regelgeving. Het bleek dat er ambulancemedewerkers zijn, die moeite hebben met deze gang van zaken in aanwezigheid van familie. De vraag is gesteld of gedurende deze observatie periode er door gemasseerd mag worden.
Door de Protocollencommissie is het volgende gesteld:
Bij het beëindigen van het protocol Asystolie dient de beademing bij de patiënt losgekoppeld te worden om de mogelijkheid van airtrapping uit te sluiten. De patiënt wordt dan 5 minuten gemonitord. Dit is duidelijk.
Kan/mag gedurende deze tijd (evt. enkele) thoraxcompressies gegeven worden om simpel gezegd, de longen te bevrijden van deze airtrapping en om de tijd waarin er ogenschijnlijk niets gedaan wordt te verkorten? (denk aan familie die ziet dat er niets meer gedaan wordt).
Voor zover ons bekend is er vanuit internationale richtlijnen nooit iets vastgelegd hoe deze periode van niet-beademen en wel monitoren nu precies moet worden ingevuld. De geopperde procedure is niet verkeerd, je beademt niet, koppelt de beademing los, geeft wel thoraxcompressie en monitoort dan opnieuw op ritme.
Indien tijdens deze procedure ROSC ontstaat, dan wordt de reanimatie gecontinueerd. Ontstaat geen ROSC, dan is de patiënt overleden. Dit is iets anders dan het circulerend protocol o.a. op internetforum(s). De Protocollencommissie wijst er met nadruk op, dat primair de procedure zoals vermeld in protocol 12.5 geldt, en dat de procedure van continueren van thoraxcompressies dan van toepassing is, als het ambulanceteam van mening is dat vanwege omstanders de observatieperiode zonder dat er handelingen verricht worden ongewenst is.
Erratum 7 juli 2011
In protocol 17.22 wordt bij "Circulatiearrest" ten onrechte verwezen naar 12.8. Dit moet zijn 17.15 "Circulatiearrest" (Kind)
Erratum 5 september 2011
In VLPA 7.2 midden op blz 130 (CPR Pasgeborene) staat: '3 compressies afgewisseld met 1 beademing waarbij er 120 van deze events (een event bestaat uit 3 thoraxcompressies en 1 beademing) per minuut plaats vinden.'
Dit is onjuist. Dit moet zijn: Geef 90 thoraxcompressies en 30 beademingen, dus 120 handelingen per minuut.
De interactieve versie van LPA 7.2 werkt alleen met IE (Internet Explorer)
Vragen, opmerkingen?