Wet toelating zorginstellingen (Wtzi)

Wet toelating zorginstellingen (Wtzi)

De Wet toelating zorginstellingen  (WTZi) is op 1 januari 2006 in werking getreden. Het doel van de WTZi is geleidelijk meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor de zorginstellingen creëren, door minder overheidsbemoeienis met de capaciteit en de bouw van zorginstellingen.

Om zorg te mogen leveren die ten laste komt van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de AWBZ, moeten zorginstellingen een toelating hebben. Daarmee kan worden nagegaan of de instelling aan bepaalde eisen voldoet. De belangrijkste eisen betreffen de bereikbaarheid van acute zorg en de transparantie van de bestuursstructuur en bedrijfsvoering (Good Governance). Kerntyperingen zijn:

  • transparantie
  • onafhankelijkheid
  • breed verantwoording afleggen
  • nauwe betrokkenheid van stakeholders.

De WTZi is ook van toepassing op de RAV. Het uitvoeringsbesluit heeft de RAV aangemerkt als een instelling die in het bezit is van een toelating heeft. Sinds de inwerkintreding van de Twaz is dit een aanwijzing van de minister. 

In de beleidsregels die horen bij de WTZi is voor alle aanbieders van acute zorg de verplichting opgenomen om deel te nemen aan een regionaal overleg acute zorgketen (ROAZ). De RAV is partner in dit verplichte acute zorgketenoverleg. Het regionaal overleg brengt het acute zorgaanbod in de regio in kaart en draagt oplossingen aan bij tekortkomingen. Dit op op initiatief van het ziekenhuis met erkenning voor een regionaal traumacentrum uit de betreffende regio. 

Afspraken die voortvloeien uit dit overleg moeten worden nagekomen. De instelling legt in het jaarverslag verantwoording af over de manier waarop zij invulling heeft gegeven aan deze afspraken. De RAV is op basis van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) verplicht de eigen kwaliteit te bewaken, beheersen en verbeteren op bijvoorbeeld de punten van verantwoorde zorg en kwalitatief beleid, onder andere door het opzetten van een kwaliteitssysteem.