Ambulancezorgverleners in 2016

De ambulancezorg is een compacte sector met veel gespecialiseerde medewerkers die direct gelieerd aan het primaire proces werkzaam zijn. Er zijn relatief weinig staf- en overige medewerkers.

Ambulancezorgverleners in 2016 brengt de formatie van de ambulancesector in 2016 vanuit verschillende perspectieven in beeld. Andere thema's zijn de loopbaanmobiliteit (de in- en uitstroom) en het ziekteverzuim binnen de sector.

Het achterliggende cijfermateriaal kan teruggevonden worden in het tabellenboek 2016.

Formatie ambulancezorg in 2016

  • Totaal aantal medewerkers ambulancezorg in 2016

    In 2016 waren er 5.859 medewerkers, verdeeld over 5.249 fte.

    5.859
  • Het aantal medewerkers in de ambulancezorg is toegenomen van 5.509 in 2013 tot 5.859 in 2016. Dit is een stijging van 6,4%.

    De ambulancesector is van oudsher een sector waarin veel mannen werken, de verhouding is echter geleidelijk aan het verschuiven en er zijn steeds meer vrouwen. In 2016 was 67% man en 33% vrouw.

    Binnen de meldkamer zijn zowel verpleegkundig als niet-verpleegkundig centralisten werkzaam. De verpleegkundig centralist is verantwoordelijk voor het meldkamerproces, geeft hier inhoud aan en zorgt voor een verantwoorde uitvoering van het proces van intake, indicatiestelling, zorgtoewijzing en zorginstructie. De niet verpleegkundig centralist wordt veelal ingezet op het logistieke proces van uitgifte van ambulance-inzetten.

  • Aantal medewerkers per functie in 2016
  • In 2016 waren werkzaam:

    ● 2.268 ambulanceverpleegkundigen (1.418 mannen en 850 vrouwen)

    ● 2.020 ambulancechauffeurs (1.767 mannen en 253 vrouwen)

    ● 214 zorgambulancebegeleiders niveau 3 en 4 en 95 zorgambulancechauffeurs

    ● 434 verpleegkundig centralisten en 45 niet-verpleegkundig centralisten in de meldkamer ambulancezorg

    ● 783 overige medewerkers (directie, staf, ondersteuning)

  • Aantal medewerkers per functie in 2016 (in fte)
  • In 2016 waren werkzaam:

    ● 2.070 fte ambulanceverpleegkundigen (1.342 mannen en 728 vrouwen)

    ● 1.923 fte ambulancechauffeurs (1.702 mannen en 221 vrouwen)

    ● 143 fte zorgambulancebegeleiders niveau 3 en 4 en 78 fte zorgambulancechauffeurs

    ● 364 fte verpleegkundig centralisten en 33 fte niet-verpleegkundig centralisten in de meldkamer ambulancezorg

    ● 638 fte overige medewerkers (directie, staf, ondersteuning)

  • Leeftijdsopbouw medewerkers in 2016
  • De gemiddelde leeftijd van medewerkers in de ambulancezorg is relatief hoog. De meeste medewerkers hebben al een carrière elders achter de rug voordat zij rond hun dertigste instromen in de ambulance.

    ● de meeste medewerkers zijn tussen de 35 en 55 jaar

    ● minder dan 30% van de medewerkers is jonger dan 40 jaar

    ● mannen tussen de 50 en 54 jaar zijn in de meerderheid

    ● ruim 35% van de medewerkers is ouder dan 50 jaar

    ● vrouwen tussen de 40 en 44 jaar zijn in de meerderheid

  • Ontwikkeling duur dienstverband
  • Medewerkers in de ambulancezorg zijn gemiddeld lang werkzaam in de sector.

    ● de grootste groep is de groep met medewerkers die 5 tot 10 jaar in dienst zijn

    ● de groep medewerkers die 15 jaar en langer in dienst zijn neemt in omvang toe

    ● medewerkers zijn vaak al langer werkzaam in de zorg en meestal afkomstig uit het ziekenhuis

Loopbaanmobiliteit ambulancezorg in 2016

  • Landelijk gemiddelde instroom in 2016

    Het landelijk gemiddelde instroompercentage bedroeg in 2016 8,6%.

    8,6%
  • Landelijk gemiddelde uitstroom in 2016

    Het landelijk gemiddelde uitstroompercentage bedroeg in 2016 6,1%.

    6,1%
  • Ontwikkeling landelijk gemiddeld instroompercentage 2013-2016
  • Conclusies met betrekking tot de instroom 2016

    De grootste instroom betreft de ambulanceverpleegkundige (40%), gevolgd door de ambulancechauffeur (30%).

    Er stromen meer verpleegkundig centralisten (8%) dan niet-verpleegkundig centralisten (<1%) in.

    Medewerkers kiezen vooral voor werken in de ambulancezorg vanwege de inhoud en de kenmerken van de functie.

    Nieuwe ambulanceverpleegkundigen en verpleegkundig centralisten zijn vooral afkomstig uit ziekenhuizen (spoedeisende hulp- en intensive care-afdelingen).

    Nieuwe ambulancechauffeurs zijn hebben over het algemeen al langer ervaring als chauffeur en zijn vaak werkzaam geweest in de zorg of zijn afkomstig van defensie.

  • Ontwikkeling landelijk gemiddeld uitstroompercentage 2013-2016
  • Conclusies met betrekking tot de uitstroom 2016

    Reden van uitstroom is vooral het aanvaarden van een andere functie.

    Ruim 15% van de uitgestroomde medewerkers heeft de VUT-/pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

    Uitstromende ambulancemedewerkers blijven vaak in de zorg werken, bij een andere RAV of een collega-zorginstelling.

Ziekteverzuim in 2016

  • Gemiddeld ziekteverzuim in 2016

    Het landelijk gemiddelde ziekteverzuimpercentage binnen de sector ambulancezorg bedroeg in 2016 5,5%.

    5,5%
  • Het gemiddelde ziekteverzuim is in 2016 gestegen ten opzichte van 2015, toen het 5,1% bedroeg.

    Het gemiddelde ziekteverzuim binnen de ambulancesector fluctueert. De sector verklaart dit de verschillen in het algemene percentage vooral uit de fluctuatie van het langdurig verzuim. Als gevolg van het beperkte aantal medewerkers in de ambulancezorg, drukt het langdurig verzuim relatief zwaar op het gemiddelde verzuim.

  • Regionaal ziekteverzuim in 2016, toelichting
    1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11/13 12 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25
  • gemiddeld kortdurend ziekteverzuim in 2016 (max. 1 week) = 1,0%

    gemiddeld middellangdurend ziekteverzuim in 2016 (1 tot 6 weken) = 1,0%

    gemiddeld langdurend ziekteverzuim 1 in 2016 (6 tot 13 weken) = 1,3%

    gemiddeld langdurend ziekteverzuim 2 in 2016 (13 tot 26 weken) = 0,8%

    gemiddeld langdurend ziekteverzuim 3 in 2016 (26 weken tot 2 jaar) = 1,1%

  • WIA-instroom in 2016

    De WIA-instroom bedroeg in 2016 0,2%.

    0,2%
  • De WIA-instroom in de ambulancesector is beperkt.

    In 2016 zijn elf personen in de WIA ingestroomd, tegenover veertien in 2015. Dit is niet alleen een absolute daling, maar ook een daling van 0,24% naar 0,19%.

    De ambulancesector is in staat tijdig anticiperen op langdurige uitval als gevolg van ziekte.

Werkbeleving medewerkers ambulancezorg

  • Bevlogenheid

    Medewerkers hebben plezier in hun werk en zijn trots op hun werk. Het werk geeft energie. Medewerkers hebben direct contact met patiënten en doen hun werk met aandacht en toewijding.

    7,9
  • Toelichting werkbeleving medewerkers ambulancezorg

    Sinds 2015 onderzoeken RAV’s frequent de werkbeleving van hun medewerkers. Inmiddels hebben 13 ambulance-organisaties meegedaan. Er is een variatie tussen grote en kleine diensten in stedelijk en in perifeer gebied.

    Er zijn 3.471 vragenlijsten verzonden en 2.544 retour gekomen (in 2016 kende de sector 5.859 medewerkers). De respons is 73,3% en daarmee daarmee representatief voor de gehele sector. De onderzoeken zijn uitgevoerd in de periode 2013-2017.

    De resultaten van het tevredenheidsonderzoek kunnen vergeleken worden met de Benchmark Acuut Spoedeisende Hulp en de Benchmark Zorg (alle zorginstellingen). Voor beide vergelijkingen geldt dat de ambulancesector op bijna alle thema’s hoger scoort dan deze twee vergelijkingsgroepen.

    (bron: 'Inzicht in de werkbeleving van ambulancezorgmedewerkers', Effectory, 2017)

  • Betrokkenheid

    Medewerkers hebben het gevoel dat zij bij de organisatie passen en vinden dat ze efficiënt kunnen werken. Zij zijn tevreden over de arbeidsomstandigheden waaronder zij hun werk doen.

    7,3
  • Tevredenheid

    Medewerkers van de ambulancesector zijn tevreden over hun werk en hun werkzaamheden. Zij geven hun werkbeleving een

    7,1
  • Rolduidelijkheid

    Medewerkers weten welke taken prioriteit hebben en hoe ze hun werk moeten uitvoeren. De energie van medewerkers wordt gericht en gefocust ingezet, zoals de urgentie van het werk ook vereist. Voor medewerkers is hun bijdrage direct zichtbaar.

    8,0
  • Werkgeverschap

    Medewerkers hebben vertrouwen in de directie van de RAV en staan achter de doelstellingen van de RAV. Zaken waaraan in de komende periode gewerkt gaat worden zijn de communicatie binnen de organisatie en de individuele ontwikkelingsmogelijkheden van medewerkers.

    6,7
  • Verloopbestendigheid

    De kans op verloop is klein. De sterke identiteit van de RAV leidt tot veel verbondenheid. Het doel van de organisatie is duidelijk en iedereen kent elkaar. De keuze voor werk in de ambulancezorg is heel weloverwogen gemaakt. Medewerkers staan achter hun keuze en blijven bij deze beslissing.

    8,6
  • Werkdruk

    Medewerkers zijn tevreden over hun werkdruk. 70% waardeert deze als goed. Buiten de intensiteit in noodsituaties is het werk relatief rustig.

    70%