Alle UMC’s zijn op dit moment bezig met de inrichting van hun elektronische patiënten dossier (EPD). Drie van de acht hebben recent een (commerciële) applicatie aangeschaft en geïmplementeerd. De andere vijf zijn in verschillende stadia van selectie en aanschaf.

 
Er zijn mensen die nu zouden zeggen, waarom hebben deze acht niet besloten om dit gezamenlijk te doen? Dit zou toch veel voordelen kunnen hebben, en zeker niet alleen financieel. Er zijn wel samenwerkingsverbanden geweest (LUMC en UMCU), maar niet met alle acht. Het is nu al duidelijk dat er minimaal drie verschillende producten zullen zijn. Dit is dus een feit.

Inrichting
Echter, zelfs bij eenzelfde systeem gaat het vooral om de inrichting hiervan. Een compleet identieke inrichting is bij twee UMC’s al moeilijk gebleken, laat staan bij acht. Een van de belangrijke argumenten om te streven naar eenzelfde inrichting is de gegevensuitwisseling tussen zorgverleners wanneer een patiënt van de ene zorgverlener naar de andere gaat. Deze gegevens uitwisseling, in goed Nederlands Health Information Exchange (HIE) geheten, is van belang om alle relevante, en actuele informatie nodig om de behandeling te kunnen overnemen, over te dragen aan de volgende zorgverlener.

Op dit moment is dat verre van goed geregeld. Dit werd ook recent door de IGZ geconstateerd in hun rapport Staat van de Gezondheid 2011. Nu zal een patiënt niet direct tussen de UMC’s worden overgedragen.

Eenduidig
Het argument van de UMC’s om dit onderwerp gezamenlijk op te pakken is tweeledig. Allereerst om gegevens uniform en eenduidig elektronisch te kunnen overdragen naar extern, moeten die gegevens ook uniform en eenduidig in de respectievelijke EPD’s aanwezig zijn. Dus is het belangrijk voor de inrichting van de EPD’s. Het met acht UMC’s gezamenlijk inrichten van een EPD loopt het risico een uitzichtloos project te kunnen worden. In het kader van (elektronisch) uitwisseling is het van belang om de meest relevante informatie te sturen en niet alles.

Verder zal er omwille van eenduidigheid zoveel mogelijk met gestructureerde tekst (codes) gewerkt moeten worden, dus uniforme terminologie. In andere woorden een relevante, maar uniforme patiëntensamenvatting met gecodeerde tekst (toelichting). Dit klinkt misschien als onderwerp niet sexy voor de gemiddelde dokter, maar menig specialist zou toch blij zijn met een verwijzing waar een duidelijke en complete probleemlijst is toegevoegd, evenals medicatieoverzicht, allergieën, reanimatieverklaring, contactpersonen etcetera. Deze onderdelen moeten dan wel eerst in het EPD zelf zijn gedocumenteerd voordat ze kunnen worden uitgewisseld.

Patiëntensamenvatting
De tweede reden waarom de UMC’s dit samen oppakken is het feit dat er binnen de diverse beroepsgroepen veel gesproken wordt over een patiëntensamenvatting of minimale dataset, maar niet tussen de beroepsgroepen. Zo heeft elke beroepsgroep wel zijn eigen kijk op de waarheid van de patiënt. Waarbij de patiënt zelf overigens vaak geen inzage heeft.

Zowel voor de samenvatting als voor de terminologie die daarin gebruikt wordt, bestaan open internationale standaarden. Alleen wij hebben in Nederland nog niet bedacht die te gaan gebruiken. Vandaar dat de UMC’s hebben afgesproken hier aan te gaan werken en hopelijk zal door een zwaan-kleef-aan-effect de rest volgen. Dit zal niet vanzelf gaan en er worden op dit moment gesprekken gevoerd om ook andere organisaties van zorgverleners aan te laten sluiten.

Wie weet gaat dit toch sneller lukken dan we denken. De UMC’s zijn nu in ieder geval hard aan de slag.

bron: artsennet.nl