Het optreden van politie en andere hulpverlening zoals ambulancediensten tijdens en na het fatale schietdrama in Alphen aan den Rijn, is snel, doeltreffend en professioneel verlopen. De eerste eenheden waren snel ter plaatse bij het bloedbad dat Tristan van der V. op 9 april in winkelcentrum De Ridderhof aanrichtte. Dat is de conclusie van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV, die daar onderzoek naar deed.
 

De eerste politiewagen was binnen vijf minuten na de eerste melding op de Ridderhof aanwezig. De eerste ambulance was er zes minuten na de oproep van de meldkamer.

Doeltreffend
Op en rond de plaats van de schietpartij werd doeltreffend opgetreden door snel een veilige, afgezette omgeving te creëren en hulpverlening te bieden aan de slachtoffers, constateert de IOOV verder. De hulpverlening verliep doelgericht en het optreden van de diensten van de gemeente Alphen aan den Rijn was betrokken, concludeert de inspectie.

Wel raakte de interne bedrijfsvoering van de gemeente na het drama op bepaalde punten ontregeld. Zo kwam bijvoorbeeld de directe psychische hulpverlening niet op tijd tot stand. Later is dat wel goed gegaan, rapporteert de inspectie.

Slachtofferinformatie
Een ander probleem bij de hulpverlening was het beschikbaar krijgen van informatie over de slachtoffers. Net als bij eerdere grote incidenten ontbreken hiervoor nog steeds sluitende afspraken tussen ziekenhuizen, regionale crisisorganisaties en het Openbaar Ministerie, stelt de IOOV vast. 'De inspectie constateerde al eerder dat het verschaffen van slachtofferinformatie door ziekenhuizen naar een crisisorganisatie over het algemeen stroef verloopt.'

In het rapport van de IOOV over de fatale aanslag op Koninginnedag 2009 in Apeldoorn door Karst T. constateerde de inspectie hetzelfde probleem en drong toen bij het Veiligheidsberaad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Ambulancezorg Nederland en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen aan op heldere afspraken met elkaar. Nu benadrukt het IOOV: 'Deze moeten worden opgenomen in een landelijk protocol. Dit bestaat tot op heden niet.'
De gemeente presenteerde de bevindingen vandaag.

Adequaat
De vraag die in het onderzoek centraal stond, was of de hulpverlening en de crisisorganisatie tijdens en na het incident adequaat en voldoende zijn geweest. De inspectie deed het onderzoek in opdracht van de gemeente Alphen aan den Rijn, het Openbaar Ministerie (OM) en de politie.

Door het drama op 9 april vonden zeven mensen, onder wie de dader, de dood. Een groot aantal mensen raakte gewond.
Eerder werd al duidelijk dat tientallen hulpverleners na het drama zelf hulp zochten. In totaal waren op de dag van het drama circa 250 politiemensen op de been. Met de dagen erna meegerekend, waren rond de 500 politiemensen bij het incident betrokken. Het gaat niet alleen om agenten die ter plaatse kwamen, maar ook bijvoorbeeld om medewerkers van de meldkamer, rechercheurs en forensisch onderzoekers. Ook verpleegkundigen zochten hulp.