Status Landelijke Meldkamerorganisatie


In februari 2012 heeft de minister van VenJ de Tweede Kamer geïnformeerd over de komst van de Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO).


Transitieakkoord
De eerste stap in de richting van de nieuwe Landelijke Meldkamerorganisatie met maximaal tien locaties is het maken van afspraken over de transitie van de huidige situatie naar de nieuwe. Hierover heeft intensief overleg plaatsgevonden tussen alle betrokken partijen.
Gezien de wettelijke verantwoordelijkheden voor de meldkamer, moet het transitieakkoord ondertekend worden door de betrokken ministers en de besturen van de veiligheidsregio’s en de RAV’s. Op dit moment wordt daarom het concepttransitieakkoord aan alle besturen voorgelegd. De minister van VenJ zorgt er voor dat het transitie-akkoord wordt geagendeerd in de ministerraad. Een en ander moet resulteren in het spoedig ondertekenen van het transitieakkoord door de betrokken ministers en de besturen van de betrokken partijen.
In het transitie-akkoord zijn verschillende zaken geregeld: onder andere de inrichting en positionering van de LMO, de (aan)sturing van de LMO, de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen tijdens de transitiefase en diverse financiële afspraken.
 
De LMO
De LMO krijgt maximaal tien locaties en valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van VenJ. In het transitieakkoord is vastgelegd dat de LMO de volgende vier taken krijgt:

 
  • beheer (dit betreft in ieder geval de huisvesting en bedrijfsvoering ten behoeve van de uitvoering van multi- en monomeldkamertaken, het multi- en beheerpersoneel, de multi-ICT inclusief de koppelvlakken met de monosystemen én multidisciplinaire landelijke protocollen en procedures ten behoeve van het meldkamerproces)
  • verzorgen van de multidisciplinaire intake
  • opschaling: het organiseren van meldkamertaken ten behoeve van de multidisciplinaire opschaling onder verantwoordelijkheid van het gezag als onderdeel van de operationele hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hieronder valt in ieder geval het genereren van een landelijk meldkamerbeeld en de multidisciplinaire informatievoorziening én het faciliteren van monodisciplinaire opschaling binnen de meldkamer
  • bevorderen van de samenwerking binnen het meldkamerdomein. 
     
De minister van VenJ is verantwoordelijk voor de instelling en instandhouding van de LMO. De minister van VenJ stelt de hoofdlijnen van beheer, de hoofdlijnen van beleid en het meerjarig beleidsplan vast in overeenstemming met de ministers van VWS en Defensie (voor zover relevant voor ambulancezorg en KMar) en na overleg respectievelijk in overeenstemming met een afvaardiging van de voorzitters van de veiligheidsregio’s (voor zover relevant voor multidisciplinaire opschaling en brandweer).
 
De minister draagt het in stand houden van de LMO op aan de korpschef van politie. De korpschef van de politie mandateert deze taak aan de directeur van de LMO.
 
Kwartiermaker
Het Ministerie van VenJ is inmiddels gestart met een procedure om de kwartiermaker LMO te werven. De kwartiermaker wordt verantwoordelijk voor een zorgvuldige transitie naar één LMO. Afstemming met de betrokken bestuurders, disciplines en medewerkers is hierbij van groot belang. In het transitieakkoord is het nodige vastgelegd over de taken van de kwartiermaker en de wijze waarop deze verantwoording aflegt.
Er zal niet alleen een kwartiermaker voor de LMO worden aangesteld, ook iedere discipline zal over een eigen kwartiermaker gaan beschikken. Het aanstellen van deze kwartiermakers vindt in nauw overleg met de kwartiermaker LMO plaats.
De kwartiermaker LMO zal zo spoedig mogelijk na ondertekening van het transitieakkoord aan het werk gaan.

Meer informatie?
Neem contact op met Isolde Boers, programmamanager Ambulancezorg Nederland via i.boers@ambulancezorg.nl