Eerste nationale congres 'Cardiac Arrest' in Spanje


Op 16 november jl. vond het eerste nationale congres over reanimatie plaats in Spanje. De organisatie van het congres ‘Cardiac Arrest’ was in handen van SEMES; Spanish society of emergency medicine. Sprekers uit Engeland, Frankrijk, Spanje, Portugal en Nederland waren aanwezig. Matthijs de Visser vertegenwoordigde Nederland op uitnodiging van AZN.


Doel van het congres
Het congres Cardiac Arrest is georganiseerd om ervaringen, mogelijkheden en kennis uit te wisselen over reanimeren op nationaal niveau, met als doel van elkaar te leren. De afgevaardigde sprekers presenteerden elk de wijze waarop in eigen land de acute zorg georganiseerd is en hoe er in eigen land prehospitaal gereanimeerd wordt. Ook de klinische resultaten van een outcome na reanimatie was een belangrijk speerpunt. Matthijs de Visser vertegenwoordigde Nederland op het congres. Matthijs is ambulanceverpleegkundige en doet tevens onderzoek binnen Onderzoek & Ontwikkeling bij RAD Hollands Midden, ook is hij lid van de protocollencommissie AZN.


"Nederland kan trots zijn op haar ambulancezorg;
Nederlandse ambulanceprofessionals zijn hoog en goed opgeleid en onze reponstijden zijn goed."

Waarmee scoort de Nederlandse ambulancezorg?
Matthijs de Visser: ‘’Er is een aantal opvallende verschillen tussen Nederland en de andere landen. Zo zijn wij bijvoorbeeld zeer goed georganiseerd en zijn onze ambulancehulpverleners hoog opgeleid. Ambulanceprofessionals werken in Nederland geheel zelfstandig, in tegenstelling tot de collega’s uit de andere landen, zij worden op de ambulance altijd vergezeld door een arts. We kunnen ook trots zijn op de landelijke protocollen ambulancezorg. De richtlijnen die gelden voor reanimeren worden in Nederland strak gehanteerd, ook het vervolg na een reanimatie, dus afspraken en contacten met ziekenhuizen, zijn heel goed geregeld.”

Verbeterpunt voor Nederland: een nationaal register
Als het gaat om reanimeren is het grootste verschil met de andere landen het ontbreken van een nationaal register. In een dergelijk register wordt bijgehouden hoeveel personen zijn gereanimeerd en het aantal personen dat de reanimatie overleeft. “Ik ben groot voorstander van een nationaal register in Nederland. Dit is voor de wetenschap van essentieel belang. Meten is namelijk weten. Pas als alle regio’s in Nederland registreren hoe vaak zij reanimeren en hoe zij dit precies doen, kunnen de verschillen in kaart gebracht worden en kun je zaken met elkaar vergelijken. Op basis van die uitkomsten kan goed gefundeerd bepaald worden wat het beste werkt bij een reanimatie.


"Een nationaal reanimatieregister is een must voor Nederland,
niet om elkaar op af te rekenen, maar om te leren van de onderlinge verschillen."

High-care ambulance
In de Nederlandse ambulancezorg is sprake van vervoersdifferentiatie, we maken gebruik van reguliere ambulances, steeds vaker van de zorgambulance maar ook traumahelikopters worden ingezet. In Spanje, Frankrijk en Portugal bestaat tussen de ambulance en traumahelikopter nog een extra vorm, de zgn. ‘high-care ambulance’. Deze ambulance wordt bemand door een ambulancechauffeur, -verpleegkundige en arts en rukt uit voor incidenten waarbij hoogwaardige zorg nodig is. Voordeel hiervan is dat de arts, ambulanceverpleegkundige en –chauffeur vaak in aanraking komen met patiënten die hoogwaardige zorg nodig hebben en hier veel ervaring mee kunnen opdoen. Ook kunnen zij aanvullende onderzoeken doen en interventies verrichten die in Nederland uitsluitend door de heli-artsen worden gedaan. In Nederland vliegen vier traumahelikopters, het lijkt mij waardevol als we dit aantal aanvullen met een aantal ‘high-care ambulances’ “ geeft Matthijs aan.


Burgerhulpverlening
In Nederland bestaan meerdere burgerhulpverleningsinitiatieven, maken andere landen ook gebruik van dergelijke initiatieven? Matthijs: “In Madrid is gebleken dat burgerhulpverlening met name nuttig is in dunbevolkte gebieden waar de aanrijtijden van ambulances langer zijn. Echter in dichtbevolkte gebieden is de verwachte winst van burgerhulpverlening laag. Madrid voorziet momenteel wel druk bezochte plaatsen van AED’s en start binnenkort een programma waarin inwoners leren reanimeren met een AED.


"In Spanje en andere landen wordt de reanimatie na het vaststellen van overlijden niet gestaakt, zo blijven organen in optimale conditie voor transplantatie"

Blijven reanimeren ten bate van orgaantransplantatie
Wat mij ook is bijgebleven is de wetgeving rondom orgaandonatie in Spanje en andere landen. In Nederland stoppen hulpverleners met reanimeren als is vastgesteld dat verder reanimeren geen nut heeft. In het buitenland echter wordt de LUCAS (resp. een mechanisch hartmassageapparaat) op de patiënt aangesloten, zodat er tijdens de rit naar het ziekenhuis circulatie blijft bestaan. Gevolg is dat organen zoals de lever, longen en nieren nauwelijks beschadigen. Deze organen blijven zo in optimale staat voor orgaantransplantatie.

Nuttig
Het congres duurde één dag. Toch wissel je in die relatief korte tijd een schat aan kennis en ervaringen met elkaar uit. Dat is van grote waarde. Contact hebben en houden met buitenlandse evenknieën doet je letterlijk over de dijk heenkijken”, aldus Matthijs de Visser.