Enquete HAP-RAV


Samenwerking is belangrijk, maar niet altijd makkelijk, stelde Margreet Hoogeveen (AZN) vast in haar toelichting op de enquête die begin 2012 werd gehouden onder huisartsenposten en RAV's.

Bijna alle RAV's hebben te maken met meerdere huisartsenposten en ook andersom beslaat het werkgebied van de huisartsenpost soms meerdere veiligheidsregio's. De koepels vinden het belangrijk om het maken van afspraken te ondersteunen. Zij gaan aan de slag met de gezamenlijk beleidsagenda. 'Want', aldus Hoogeveen, 'nu begint het eigenlijk pas.'
 

Christel van Vugt (VHN) behandelde in vogelvlucht de belangrijkste uitkomsten van de enquête die bestond uit 100 basisvragen en ca. 140 vervolgvragen. De respons was bijna 100%, 106 huisartsenposten en 24 RAV's vulden de uitgebreide vragenlijsten in. Wat belemmert of bevordert de samenwerking? 'De rode lijn in alle kwalitatieve opmerkingen die we daarover hebben gekregen is in alle toonaarden de noodzaak om elkaar beter te leren kennen en begrip te ontwikkelen voor elkaars werkwijze', aldus Van Vugt.

Uit een lange lijst destilleerde ze zes bevorderende factoren:

- Een eenduidige en gezamenlijke visie
- Eenduidige triage, in elk geval het spreken van dezelfde taal
- Gestructureerd overleg (op bestuurlijk en directieniveau)
- Gezamenlijk werkoverleg (werkvloer)
- Afspraken over het werken op de regiogrenzen.
- Duidelijke werkafspraken en protocollen.


De stip op de horizon van Martin Bontje (voorzitter VHN)
'Mijn stip op de horizon is een samenwerking die zo nauw is dat de communicatie volstrekt vanzelfsprekend en vloeiend verloopt.  Zo vanzelfsprekend dat patiënten niet meer merken dat ze met twee gescheiden organisaties te maken hebben