Conclusies


De dagvoorzitter blikt terug en concludeert: “Zowel rond de telefonische toegang tot de zorg als met betrekking tot de zorg ter plaatse is er verbeterpotentieel.
 

Het beter organiseren van het proces, kijken naar de mensen aan de telefoon, locaties met elkaar verbinden, differentiatie van de inzet op basis van een gemeenschap- pelijk kader, het zijn allemaal opties om de kwaliteit, effectiviteit en de efficiency te verbeteren. Belangrijk is dat er landelijke kaders gaan komen (voor het telefonisch ontsluiten van zorg én voor zorg ter plaatse), die ruimte bieden voor een zekere mate van regionale invulling. Daarnaast is er een pleidooi voor meer onderzoek. “


Reactie van verzekeraars, VWS en Inspectie
Op verzoek van Hans Simons geven de verzekeraars aan dat de focus wat hen betreft in de regio ligt. Natuurlijk is men bezig met het neerzetten van een landelijk beleidskader voor de acute zorg. Maar de kwaliteitsparagraaf daarvan wordt niet alleen door de verzekeraars gerealiseerd. “Wij willen kwalitatief goede zorg inkopen tegen een passende prijs; dat is voor ons allemaal belangrijk. Onze grootste zorg zit bij de snelheid van ontwikkelingen die u heeft genoemd”.

De vertegenwoordiger van het Ministerie van VWS geeft aan blij te zijn met de bijeenkomst. Er is goed gediscussieerd over aangedragen oplossingsrichtingen. We werken aan duidelijkheid rond acute zorg aan de hand van centrale thema’s als kwaliteit, toegankelijkheid en de kwestie ‘wie is er aan zet?’. Volgens de Inspectie is het van belang dat de kwaliteit die er nu is wordt gewaarborgd en doorontwikkeld. Dat kan ondermeer door intensivering van samenwerking en verbetering van opleidingen.

Experimenteren
Naar aanleiding van de reacties van -voor de huisartsenposten en RAV’s belangrijke- stakeholders wordt een oproep gedaan om meer ruimte voor experiment te realiseren. De voorzitter noemt als voorbeeld een pilot in de regio Eindhoven, waarbij zorgaanbieders samenwerken op basis van populatiefinanciering. Zorgaanbieders kunnen dan samen met patiëntenorganisaties, in een constellatie waarin met name de financiele schotten niet spelen, kijken wat er mogelijk is.

Conclusies

  • er moeten landelijke kwaliteitskaders komen voor de telefonische toegang tot de zorg én voor de zorg ter plaatse;
  • het is belangrijk een voorbeeldprotocol te ontwikkelen rond verantwoordelijkheidsverdeling;
  • beschikbare onderzoeksresultaten moeten we bestuderen en daaruit verbeterpunten destilleren; waar nodig is aanvullend onderzoek geboden;
  • we hebben een stip op de horizon nodig voor de langere termijn; hoe zien huisartsenposten en RAV’s de spoedeisende zorg en welke onderwerpen spelen daarbij (bijvoorbeeld de inzet van verpleegkundigen);
  • een experiment, vergelijkbaar met de pilot in Eindhoven, is wenselijk; voor uitvoering moet gekeken worden naar een regio waarin het ROAZ al goed draait.