Verantwoordelijkheidsverdeling en informatieuitwisseling


Bij verantwoordelijkheidsverdeling en informatie-uitwisseling zijn de spelregels en wensen vaak wel duidelijk.


Maar tegelijkertijd blijkt het in de praktijk lastig om hieraan, in de praktische samenwerking van ambulancezorg en huisartsenposten, goed invulling te geven. Uit de enquête kwam naar voren dat deels sprake is van schriftelijke afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling. Hetzelfde geldt voor informatie-uitwisseling, waarbij aangetekend is dat juist de behoefte aan uitwisseling groot is.


Directeuren van huisartsenposten en RAV’s vinden het, zo bleek 21 maart, belangrijk dat:

  • er een formeel kader voor verantwoordelijkheidsverdeling is, dat een heldere vertaling krijgt naar de praktijk;
  • duidelijk moet zijn hoe de verantwoordelijkheden liggen bij gelijktijdige of volgtijdelijke aanwezigheid, bij telefonisch overleg en bij overdracht van patiënten;
  • als het gaat om informatie-uitwisseling is er bij RAV’s behoefte aan inzicht in het patiëntendossier en bij huisartsenposten aan een waarneembericht;


Wie is verantwoordelijk?
Er zijn regio’s waar het al goed draait. Daar krijgt de huisarts altijd een kort verslag van het ambulanceteam dat bij een patiënt is geweest. Dat loopt via de patiënt zelf, die de informatie meeneemt als hij of zij op het spreekuur komt. Volgens de vertegenwoordigers van de Inspectie is dat echter onvoldoende. Er moeten goede onderlinge afspraken zijn over het overgaan van de verantwoordelijkheid tussen de betrokken professionals. Geconstateerd wordt dat het goed is daarvoor een voorbeeldprotocol te ontwikkelen. Dit zou bijvoorbeeld een nieuwe richtlijn kunnen zijn van het Kwaliteitsinstituut.

Informatie geven en verantwoordelijk zijn
Belangrijk is vast te stellen wat het doel is van informatie-uitwisseling. Als een ambulanceverpleegkundige na zorg bij een patiënt thuis een huisarts ‘bijpraat’ is dat iets anders dan wanneer gevraagd wordt de verantwoordelijkheid voor de patiënt over te nemen. Eén van de aanwezigen stelt vast dat het dus belangrijk is de juiste vragen te stellen en elkaar als professionals te laten weten wat er wordt verwacht. Op dit punt moet er ook meer juridische duidelijkheid komen, waarbij de kanttekening niet alles dicht te timmeren op z’n plaats is.

Vanuit de ambulanceorganisatie uit de regio Utrecht wordt opgemerkt dat er verschillende internationale standaarden zijn voor overdracht, inclusief de manier van communiceren daarover. Sommige regio’s passen die al toe. De voorzitter stelt voor die goed te bestuderen en mogelijk landelijk te implementeren. De directeur van de VHN memoreert dat E-spoed, beschikbaar aan het eind van 2012, hierbij ook een belangrijk middel is.

Vanuit het Landelijk Netwerk Acute Zorgketen wordt aangegeven dat in het kader van hun opdracht rond het ROAZ een onderzoeksproject bij het NIVEL is uitgezet naar ketenbrede kwaliteitnormen. Uit de pilot blijkt dat juist overdrachtsmomenten precair zijn en moeilijk meetbaar.