Zorg voor de patient ter plaatse


Bij zorg voor de patiënt ter plaatse gaat het erom dat hulpverleners van zowel de ambulancezorg als de huisartsenpost bij de mensen thuis zorg verlenen.


De huisarts legt visites af. De ambulancezorg beoordeelt en stabiliseert mensen zo nodig thuis voordat vervoer naar een ziekenhuis plaatsvindt. De laatste jaren verleent de ambulancezorg ook zorg bij de patiënt thuis zonder dat er een vervoersintentie is. Anders dan de huisartsen verleent de ambulancezorg overigens ook zorg in de openbare ruimte.

De vraag is of deze zorg ter plaatse steeds de juiste zorg is of dat daarin door samenwerking betere kwaliteit of doelmatigheid te realiseren is. De enquête leert dat het in de praktijk voorkomt dat huisartsen rijden op een 112-melding en ook andersom, dat een ambulance rijdt na melding op de huisartsenpost. Ook in deze afspraken blijkt zich een grote diversiteit voor te doen en er worden knelpunten gemeld bij de uitvoering van de afspraken in de praktijk.

Het directeurenoverleg van 21 maart jl. levert de volgende aandachtspunten en discussievragen op:
  • het is belangrijk een optimale inzet van mobiele capaciteit te realiseren;
  • het is de vraag of een A/U1 altijd de inzet van ambulancezorg betekent;
  • kunnen ambulances in daluren visites rijden voor huisartsen;
  • wat is de toekomstige rol van de gespecialiseerde verpleegkundige in de samenwerking tussen huisartsenposten en RAV’s?

 

Kwaliteit
Alle aanwezigen zijn het er over eens dat er een landelijk kwaliteitskader ontwikkeld moet worden waarbinnen vastgesteld wordt wanneer welke zorg ter plaatse nodig is en welke kwaliteit(sniveaus) daarbij aan de orde zijn. Dat is goed uit te werken in de regio, in het samenspel tussen huisartsen- zorg, ambulancezorg, verpleegkundigen en anderen.

De Inspectie bevestigt dat het een goed idee zou zijn als de brancheorganisaties met dat kader komen. Regionaal kunnen er vervolgens passende afspraken worden gemaakt.

Het ijken van definities en het opstellen van een gezamenlijk kader biedt soelaas als het gaat om de verbetering van de samenwerking. Dat kader moet landelijke geldingskracht hebben, anders zou de zorg voor patiënten op diverse plekken verschillend uitpakken. Uiteraard kan de praktische uitwerking -met mate- regionaal plaatsvinden. En visites laten rijden door ambulances tijdens daluren? Dat zou in sommige regio’s een optie kunnen zijn, mede gezien de toenemende zorg voor oudere en terminale patiënten waar huisartsen zich voor gesteld zien. Voorwaarde is uiteraard wel dat de functionaris met de juiste competenties naar de patient gaat.

Specialistisch verpleegkundigen
Deze functionarissen kunnen een goede oplossing zijn voor diverse problemen. Bovendien komen ze expliciet in beeld bij de discussie over de functionele, aan competenties verbonden insteek. Aandachtspunt is wel dat differentiatie vraagt om intensivering van de coördinatie en potentieel meer overdrachtsmomenten meebrengt. Ook lijkt op dit moment nog de kwaliteit onvoldoende geborgd.