Workshop 3:
Inhoud van het LPA


Veel voorkomende of juist zeldzame zaken in het protocol?
Iemand stelt voor om ten aanzien van de veel voorkomende dingen een richtlijnachtige aanpak te kiezen. Dingen die weinig voorkomen zou je in een protocol -heel ‘hands on’ dus- moeten vervatten. Een lastig punt hierbij is dat wat in de enige regio zeldzaam is in de andere regelmatig voorkomt. Een goed voorbeeld daarvan zijn duikongevallen.

 

Het protocol Cyanide bijvoorbeeld wil ik graag beschikbaar hebben
in de uitzonderlijke situatie dat ik ‘m nodig heb

 
Je mag ervan uitgaan dat iedereen over basiskennis beschikt
In een protocol hoort geen basiskennis opgenomen te zijn; die is bekend. In het handelingsschema wordt wel elke stap omschreven. Dat schema is dus onder meer in het onderwijs en voor beginnende verpleegkundigen belangrijk.

Wat kan eruit?
Er wordt getwijfeld aan het belang van het opnemen van het algemeen onderzoek en ABCD  in het protocol. Aan de andere kant is het voor een beginner wel makkelijk. Misschien is er onderscheid tussen praktijk- en opleidingsprotocollen nodig. Of in het al dan niet ervaren zijn van een ambulancezorgverlener.


We moeten toe naar een handboek of toolbox waaruit iedereen,
afhankelijk van zijn of haar niveau van deskundigheid, kan halen wat nodig is; een professional kan dat zelf inschatten

 

Verhouding richtlijn-protocol
Kennis moet opgebouwd worden vanuit breedte. Experts zijn dus het eerst aan zet. Zij bieden een richtlijn. Die wordt verder geconcretiseerd in een protocol.


Een richtlijn is globaal en goed te hanteren door ervaren professionals; een protocol is meer ‘hands on’ en dus geschikter voor beginners en voor zeldzame zaken
 

Organisatorisch
Naar aanleiding van de vraag naar de relatie tussen LPA- en GHOR-protocollen wordt duidelijk dat de aanwezigen vinden dat het protocol Eerste ambulance moet worden gehandhaafd. Iemand anders stelt  voor dat daarin dan ook andere kwesties meegenomen worden zoals bijvoorbeeld de handelwijze bij het aantreffen van een lijk. Daarmee zou een protocol over praktisch handelen in specifieke situaties ontstaan.

Diagnostische en symptomatische benadering?

De zorgvraag is het startpunt dus begin je bij het symptoom (bijvoorbeeld pijn op de borst). Daar wordt op aangevuld dat pijn op de borst niet eenduidig is; of je te maken hebt met een ouder iemand of met een wielrenner maakt uit. Diagnostisch van start gaan heeft het gevaar in zich dat je meteen gestuurd wordt in je denken (tunnelvisie). Als je eenmaal de keuze maakt voor een protocol is het lastig er weer uit te stappen. Ambulancezorgverleners stellen een werkdiagnose. Dat betekent dat diagnostisch werken aan de orde is als het kan; anders handelen op basis van het toestandsbeeld.

Medicatie
Moet je medicijnen geven als je de patiënt aantreft of juist uitstellen tot het ziekenhuis als dat kan? Daaruit vloeit ook de vraag voort naar het vereiste farmacologisch kennisniveau. Iemand stelt dat dat deels regionaal gebonden is. Het maakt uit of je ver van een ziekenhuis af zit of niet. In het eerste geval moet je meer weten. Iedereen is het er over eens dat de medicatiekennis praktisch (toepasbaar) moet zijn. Zeven berekeningen maken in een hectische situatie gaat niet.

Aantal medicijnen in LPA beperken of richtlijn volgen?
Een ander aspect is of je het aantal medicijnen in het LPA zoveel mogelijk moet beperken of dat onverkort altijd de richtlijn moet worden gevolgd. Beter veel weten van één medicijn dan een beetje weten van veel.