Workshop 1:
Opzet van het LPA


Functiedifferentiatie is een discussiepunt in het algemeen en in relatie tot de protocollen in het bijzonder. Hoe ga je (op termijn) om met medewerkers van verschillende niveaus? Krijgt iemand op de zorgambulance dan een ander protocol mee? Of moeten de acties van diverse hulpverleners in één protocol gebundeld zijn (Canadees model)? Ter relativering is het belangrijk vast te stellen dat er ook in de huidige praktijk situaties zijn waarbij verschillende niveaus van handelen in beeld komen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een reanimatie.


Er zijn ook mensen die van mening zijn dat gedifferentieerde protocollen een heilloze weg betekenen. Nu wordt aangesloten bij de opleiding van de ambulanceverpleegkundige. Dat is het uitgangspunt. Mensen die in het vak stappen kunnen dus op het gewenste niveau acteren. Natuurlijk speelt meer of minder ervaring dan nog wel een rol. Maar een ervaren collega hoeft niet per definitie een competente collega te zijn.

Landelijk en regionaal
In de ambulancezorg werken we niet voor niets met landelijke richtlijnen. De invloed van de regio is per situatie verschillend. Er zijn voorbeelden van besluitvorming over het afwijken van medicatiebeleid in ROAZ-verband. Bij het houden van ruimte voor regionale invulling spelen ook kwesties als het geven van medicijnen (wel of niet ver van een ziekenhuis verwijderd).
 

Hoe meer ruimte voor regionale invulling van de protocollen
hoe belangrijker landelijke kennisuitwisseling wordt (bijvoorbeeld via een digitale databank)

 

Evidence based
Er is (nog) weinig wetenschappelijk onderzoek naar de ambulancezorg voor handen. Een aantal zaken is natuurlijk wel bekend. Iemand merkt op dat evidence based niet alleen een kwestie is van onderzoek. Ook literatuurstudie, ervaringen van professionals en van patiënten zijn belangrijke indicatoren.

Flow chart of algoritme?
Het lijkt logisch dat een minder ervaren ambulancezorgverlener liever met een flow chart werkt. Die geeft meer structuur. Iemand die al lang in de sector werkt kan waarschijnlijk beter uit de voeten met een richtlijn, die bovendien wat ruimte biedt (mix van flowchart en algoritme). De voorkeur hangt ook af van incidentie. Bij een zeldzame huiduitslag kijkt waarschijnlijk iedereen het liefst even in de flow chart. Ook van invloed is de vraag of er duidelijke of vage klachten zijn.