Conferentie Patiëntveiligheid 29 juni


Op woensdag 29 juni jl vond in Soesterberg de Conferentie Patiëntveiligheid plaats. Ruim 80 directeuren, staffunctionarissen, professionals en vertegenwoordigers van ketenpartners waren aanwezig om kennis te nemen van de resultaten van het programma patiëntveiligheid ambulancezorg tot nu toe. Ook waren zij getuige van het ondertekenen van de bestuurlijke afspraken patiëntveiligheid en de uitreiking van het eerste herziene HKZ-schema Ambulancezorg.

Hans Simons, voorzitter van Ambulancezorg Nederland, opent de conferentie. Die is belangrijk, zo stelt hij. Omdat bestuurlijke afspraken over patiëntveiligheid worden ondertekend, maar vooral ook omdat er een beeld geschetst wordt van de concrete producten die het patiëntveiligheidsprogramma eind van dit jaar gaat opleveren.

Volgens de voorzitter is er over de kwaliteit van de ambulancezorg veel te zeggen. “Als je terugkijkt zie je hoe indrukwekkend de enorme kwaliteitsontwikkeling is die de branche heeft doorgemaakt. Op het terrein van professionaliteit van medewerkers, apparatuur,  financiën en dergelijke. Je zou je bijna kunnen afvragen of er nog veel te verbeteren valt aan de kwaliteit. Op een bepaalde manier is dat een paradoxale vraag. Er zijn nooit genoeg middelen en mensen beschikbaar om het allerbeste te leveren. Tegelijkertijd kan het altijd beter.

Patiëntveiligheid staat hoog op de agenda. Daar is alle reden toe. Maar een hype willen we niet. En al helemaal niet de sfeer alsof elk risico vermeden kan worden. Belangrijk is dat de schuldvraag niet centraal staat. Er worden fouten gemaakt, natuurlijk. Dat heeft te maken met onderlinge communicatie, cultuur, de kwaliteit van de professional en soms gewoon met pech. Als je kijkt naar de bestuurlijke afspraken valt mij op dat de culturele component eruit springt: elkaar kunnen en willen aanspreken is cruciaal! Een veilige omgeving is daarbij een doorslaggevende randvoorwaarde, net als bij het melden van incidenten. Daarnaast is er nog veel winst te boeken in de keten. Overdrachtsmomenten verdienen de nodige aandacht.”