Patiëntveiligheid op de kaart


Piet Huizinga (directeur RAV IJsselland en Ambulance Oost) kan zich de eerste bijeenkomst over patiëntveiligheid in Soesterberg nog goed herinneren. “Ik was altijd sterk verbonden met de cijfermatige kant van de ambulancezorg en minder met kwaliteit. Maar als voorzitter van de Programmaraad Kwaliteit van Ambulancezorg Nederland mocht ik ook de projectgroep patiëntveiligheid aan gaan voeren. In mijn presentatie toentertijd heb ik aangegeven dat het belangrijk is dat beleids- en kwaliteitsmedewerkers zich in eerste instantie verbonden zouden gaan voelen met het onderwerp patiëntveiligheid maar dat dat ook voor mijn collega-directeuren geldt. Zij moeten leiderschap tonen op dit punt, dat is essentieel voor het slagen van het programma.

Sinds die eerste bijeenkomst zijn er expertgroepen en pilots ingericht. Het bureau, en met name Margreet Hoogeveen, heeft zich daar heel sterk voor gemaakt. Inmiddels staan het thema en het programma op de kaart, de hele sector is er mee bezig. Als projectgroep volgen we nu de voortgang en kijken we vooruit naar volgende stappen. Een eerste high light is er al nu patiëntveiligheid in het HKZ-schema is verwerkt. Dat zetten we op 29 juni aanstaande, naast de ondertekening van de landelijke afspraken, goed neer. Het is tenslotte de bedoeling dat alle RAV-en voor patiëntveiligheid gecertificeerd worden en dat moet zeker lukken nu we, met het normenschema op maat, ons eigen accent hebben kunnen leggen.

De sector heeft een cultuur van ‘zelf doen’. We bouwen allerlei systemen maar rond patiëntveiligheid is het essentieel dat mensen dingen die fout gaan durven te melden. De omgeving moet dus veilig zijn. Ik kan twee RAV-en overzien en zie kleine verschillen tussen de organisaties. Bij de één kunnen verbetersuggesties digitaal en op naam gemeld worden, bij de ander is dat nog  niet zo. Dat hoeft niet te betekenen dat het één beter is dan het andere. Het gaat erom dat je als directie faciliteert dat er naar eigen, passende vormen kan worden gezocht. Dat je het proces met elkaar in gaat. 

Vaak denken mensen dat geprotocolleerd werken min of meer impliceert dat je veilig werkt. Het idee dat het wel eens mis kan gaan zit niet tussen de oren. Toch is het zo. Ik raak geïnspireerd als ik met anderen praat over wat er beter kan. Je zet kleine stappen, soms op heel operationeel vlak, maar die zijn nodig. Vooral ook om echt draagvlak te krijgen. Uiteindelijk levert dit programma concrete handvatten op voor organisaties om met het thema aan de slag te gaan. Dat vind ik pure winst.”