Blik van buiten


Margret Hink is projectleider van het eerstelijns-programma patiëntveiligheid bij het Ministerie van VWS en nauw betrokken bij het programma voor de ambulancezorg. “Mijn algemene indruk is dat de ambulancesector het patiëntveiligheids-programma zeer voortvarend en enthousiast oppakt. Men is gemotiveerd, draagt zelf bij in financiële zin en is bereid echt te kijken naar wat er in andere programma’s (eerste en tweede lijn) al ontwikkeld is. Ik hoop dat dit tempo gehandhaafd kan blijven en er echt een inhaalslag gemaakt wordt.

Ik was aanwezig bij een voortgangsoverleg van de regionale pilots en merkte dat patiëntveiligheid echt op locaal niveau wordt opgepakt. In de eerste lijn blijkt het lastig zo dicht bij de praktijk te blijven. De koepels van beroepsgroepen spelen daarbij een rol plus het feit dat je te maken hebt met 50.000 professionals. De RAV-en zijn kleinschaliger en daardoor kun je de mensen op de werkvloer makkelijker bereiken. Dat geeft de beste garanties voor het praktisch gebruik van de uitkomsten van het programma. Implementatie gaat dan  min of meer vanzelf. Het is jammer als er iets ontwikkeld wordt op hoog strategisch niveau dat vervolgens in het dagelijks werk niet bruikbaar is.

Persoonlijk denk ik dat ook de ambulancezorg verbeterpotentieel heeft. De sector kent goede kwaliteitssystemen maar via patiëntveiligheid ontstaat meer zicht op hoe het daadwerkelijk is geregeld. Het feit dat de inspectie is betrokken vind ik ook prima en overigens zijn ook de verzekeraars een partij die we nodig hebben om de patiëntveiligheid te verbeteren.

Wat ik zelf verrassend vond was een eerste verkenning van fouten die op de loer liggen bij de meldkamer dan wel de omstandigheden die daaraan bijdragen: verkeerde inschattingen en planningen, niet de juiste mensen naar de juiste plek maar ook onbekendheid met farmaciegebruik bij bijvoorbeeld ouderen. Ten aanzien van de zorg die ter plaatse wordt geboden bleek onder meer de eigen veiligheid van medewerkers een kwestie. Daar had ik zelf niet meteen aan gedacht. Ook niet aan het feit dat patiënten zelf meer zouden moeten weten over de informatie die ze moeten geven, wat ze moeten zeggen. Daarmee kunnen ze ook zelf bijdragen aan meer veilige zorg.”