Kleding update nr. 14

Kleding update nr. 14 - december 2017

Hoe komen de beslissingen over de nieuwe ambulancekleding tot stand? En hoe loopt zo’n groot landelijk traject als dit eigenlijk? Joke Govers is ambulancechauffeur bij Witte Kruis in Zeeland en tevens lid van de Projectgroep Kleding. Hier laat zij vooral de mening van de mensen uit de praktijk horen.

Govers zat ook in de Klankbordgroep Kleding, waarin ambulancemedewerkers uit alle regio’s zitting hadden om mee te denken en beslissen over het ontwerp voor de nieuwe kledinglijn voor de ambulancezorg. “Ik verzorg de kleding voor de ambulancepost waar ik werk en denk graag vanuit de praktijk mee over het nieuwe uniform.” Joke gaf daarom direct aan dat zij ook graag deel wilde nemen aan de Projectgroep Kleding.

“Ik vind zulke projecten leuk om te doen. Je leert er veel van, je spreekt weer eens andere collega’s en je ziet hoe het werkt in een ander deel van de organisatie.” In de projectgroep Kleding vertegenwoordigt zij de beroepsbeoefenaren. Dat doet ze samen met nog een ambulancechauffeur, twee ambulanceverpleegkundigen en een zorgambulancebegeleider.

Joke in de ambulance

Ingewikkelder

“In het begin dacht ik: je maakt een uniform, zoekt iemand die het kan produceren en dat is het. Maar het is een stuk ingewikkelder dan dat. Ik sta ervan te kijken hoeveel werk het is en wat er allemaal bij komt kijken. Het is bijna niet uit te leggen aan collega’s. Je hebt te maken met zoveel regels, wetten, veiligheidsnormering. En je moet bijvoorbeeld ook weten hoe een aanbesteding hoort te lopen en hoe bedrijven hun aanbieding moeten doen. Er gaat een hele wereld voor me open. In de projectgroep zitten ook leden die hier heel goed in thuis zijn. Zij spreken die taal.”

Positieve geluiden

“Door onze inbreng vanuit de werkvloer komen praktische dingen naar voren”, vertelt Govers over de input die zij - de andere ambulancechauffeur, ambulanceverpleegkundigen en zorgambulancebegeleider - leveren in de projectgroep. Je merkt wel dat de mensen die iets bedenken een andere manier van kijken hebben dan de mensen die in de kleding moeten werken", vertelt ze. “Maar we willen allemaal een mooi en goed uniform.” Er zijn destijds drie kledinglijnen ontworpen door Karin Slegers. Het ontwerp ‘Touch of red’ scoorde het hoogst bij professionals. “Iedereen binnen het vak heeft kunnen stemmen. Het ontwerp dat er nu ligt is uit die ranking destijds gekomen. Ik hoor zoveel wensen, mensen komen nu eenmaal in allerlei soorten en maten, dik, dun, lang, kort, oud en jong. Je kunt niet iedereen tevreden stellen, maar ik hoor gelukkig positieve geluiden om me heen." 

Uitstraling

Naar aanleiding van de discussie over de zichtbaarheid van het uniform, zegt ze: “We werken vaker bij patiënten binnen, dan buiten. We willen niet dat ons uniform schreeuwerig overkomt als we bijvoorbeeld bij een ziek kind zijn, of bij een oudere in een bejaardenhuis. Ook als je iemand die terminaal ziek is van het ziekenhuis naar huis brengt, wil je rust en medeleven uitstralen. Met het geelgroen waar de huidige pakken van zijn gemaakt zijn we wel heel aanwezig, mensen kunnen dat als onrustig ervaren. Zo van: elk moment kan de pieper afgaan en dan zijn ze weer weg voor een spoedgeval. Dat is niet gepast.”

Over de balans tussen rust en zichtbaarheid van het uniform is veel gesproken in de projectgroep. "Veiligheid is vanzelfsprekend belangrijk", zegt Govers. "Als je langs de weg staat, wil je zichtbaar zijn. Zeker bij ons in de polder op donkere weggetjes is dat belangrijk. Maar daar wordt ook in voorzien, we krijgen een apart zichtbaarheidsvest dat voldoet aan de normering die er is voor zichtbaarheid. Hierover is vergaderd met alle vertegenwoordigers van de klankbordgroep, bijna allemaal professionals. Ik denk dat dat een goede oplossing is." 

Vrouwelijke snit

“Waar ik heel blij mee ben, is dat nieuwe kleding ook een lijn bevat voor vrouwelijke medewerkers, het ontwerp is hierbij hetzelfde, maar de snit is anders dan voor mannen", geeft Govers aan. “Het was ook echt een grote schreeuw van vrouwelijke collega’s om de pasvorm van de ambulancekleding voor vrouwen te verbeteren. We hebben nu shirts die als vuilniszakken zitten. We hebben hierover als collega’s al vaak onderling gesproken. En het bleek ook duidelijk uit de landelijke enquête die ambulancemedewerkers konden invullen en waarin ze wensen konden aangeven voor de nieuwe kleding. Ik heb bijvoorbeeld een collega die handig is op de naaimachine, zij past voor zichzelf de huidige kleding aan. Dat zegt wel wat.”

Discussies

"Collega’s appen of mailen me geregeld. Ze willen weten wanneer het nieuwe uniform klaar is. Ja, mensen zijn heel enthousiast en willen graag over op de nieuwe kleding", zegt Govers. Ze geeft aan dat de Projectgroep Kleding nu in de gunningsfase zit, waarin onder meer de keuze voor een leverancier voorligt. “Dit onderwerp is helemaal uit mijn comfortzone, maar mijn insteek is om zoveel mogelijk feedback vanuit de collega’s in de projectgroep in te blijven brengen.”

Er zijn soms flinke discussies in de projectgroep. "Maar iedereen luistert naar elkaar, er is niemand die er een mening probeert door te duwen”, vertelt Govers. “Soms denk ik over een bepaalde leverancier die besproken wordt: dat is een betrouwbaar merk, die levert goede spullen waarmee ik wel in de regen of de storm wil staan! Het wordt straks weer winter en dan staan we weer in de blubber, in het zout op de weg of tot onze enkels in een sloot. Als ik moet kiezen, dan zou ik voor die leverancier kiezen. Ik let er dan niet of die leverancier aan alle andere bijkomende eisen die door IFV aan de leverancier zijn gesteld voldoet. Een aantal projectgroepleden kijken juist daar heel specifiek naar, omdat ze helemaal thuis zijn in de regels van de procedures.”

Kwaliteit

“Natuurlijk zijn ook de kosten van het nieuwe pak een belangrijk onderwerp van gesprek. Als je zelf een trui koopt, let je immers ook op de prijs toch? Wij willen kwaliteit. Als projectgroep gaan we daar ook echt voor”, vertelt Govers. De Projectgroep Kleding richt zich nu op de keuze voor de leverancier die het gekozen ontwerp gaat produceren en leveren.

“We hebben de ontwerpen van de nieuwe kledinglijn op papier gezien. Nu is het afwachten hoe het in het echt zal zijn. Je weet nu nog niet hoe het materiaal is, hoeveel lycra erin zit en hoe de stof aanvoelt. Maar daar hebben we dan ook een draagproef voor”, vertelt Govers over de vervolgstap. "Straks loopt iedereen in het nieuwe uniform. Daar heb ik aan mogen meewerken, dat vind ik toch wel stoer hoor."