Corona: vraag en antwoord

Vraag en antwoord

Heb je een vraag over het nieuwe coronavirus? Wil je weten hoe we als ambulancezorg handelen in bepaalde situaties? Of wil je meer weten over de actuele protocollen? Lees dan de vragen en antwoorden op deze pagina, of check de documenten! 

  1. Algemeen 
  2. Infectiepreventie
  3. Reanimatie 
  4. LPA
  5. Meldkamer 

Disclaimer: De antwoorden op gestelde vragen zijn met grote zorgvuldigheid samengesteld. In de huidige crisissituatie wijzigen richtlijnen en inzichten echter voortdurend. Houd hier rekening mee en check dit zo nodig. We stellen het op prijs als je AZN via info@ambulancezorg.nl informeert bij (mogelijke) onjuistheden.

1. ALGEMEEN

2. INFECTIEPREVENTIE

  •   2.1 Welke infectiepreventie gebruikt de ambulancezorg bij een inzet bij een mogelijke met het coronavirus besmette patiënt?

    Het sectorale beleid omvat qua maatregelen de bescherming die standaard gebruikt wordt bij strikte isolatie én aangevuld met een veiligheidsbril. Dit betekent dat zorgverleners:

    • de algemene hygiënemaatregelen volgen.
    • voor de inzet materialen en apparatuur uit de ambulance verwijderen, wanneer deze niet direct noodzakelijk zijn bij de inzet.
    • voor het betreden van de ruimte waar de patiënt verblijft persoonlijke beschermingsmiddelen aantrekken: een overall met lange mouwen, hoofdbedekking, handschoenen, een FFP2-masker en een veiligheids- of spatbril. Een FFP1-masker kan overwogen worden voor zorgverleners die geen intensief contact hebben met de patiënt.
    • geen stagiaires meenemen bij een inzet.
    • de ambulance na de overdracht aan de zorginstelling schoonmaken (indien de patiënt is vervoerd). De gebruikte persoonlijke beschermingsmiddelen worden weggegooid.

    Zie hiervoor het LPA 8.1 protocol COVID-19, ALS-handelingsschema reanimatie volwassenen, het protocol 2.6 en bijbehorende verantwoording in het VLPA.

    Versie: 18 mei 2020

  •   2.2 Waar vind ik de video’s met informatie hoe strikte isolatie toe te passen is bij een ambulance-inzet?

    Bekijk hieronder de video 'Strikte isolatie in de ambulancezorg bij (verdenking of bevestigde) corona' én de verschillende fragmenten hieruit. 

    De video laat zien hoe strikte isolatie toegepast kan worden, maar is geen voorschrijvende instructie van alle processtappen. Het is wel een goed middel om met elkaar na te gaan waarom bij strikte isolatie een bepaalde volgorde wordt gehanteerd en hoe dit binnen de eigen RAV wordt uitgevoerd.

    Regionale werkwijze
    Het voorbeeld in de video waarbij een ziekenhuismedewerker meehelpt de patiënt naar de juiste afdeling te brengen, is een regionale werkwijze. Vraag na bij je RAV wat de actuele afspraken hierover zijn.

    Versie: 18 mei 2020

  •   2.3 Welk masker gebruikt de ambulancezorg bij strikte isolatie bij een verdenking op COVID-19?

    Bij strikte isolatie gebruikt de ambulancezorg het FFP2-masker. Voor zorgverleners die geen intensief contact hebben met de patiënt, kan het gebruik van een FFP1-masker overwogen worden.

    Bij aërosolvormende handelingen bij een van COVID-19 verdachte patiënt dient altijd een FFP2-masker te worden gebruikt.

    De patiënt krijgt , indien mogelijk, een chirurgisch mondmasker op.

  •   2.4 Hoe maakt men de ambulance schoon indien er een inzet geweest is?

    De standaardschoonmaakprocedure na een inzet met strikte isolatie voldoet. De ambulance kan gedesinfecteerd worden met alcohol 70%. Ook is desinfectie mogelijk met chloor 1000 ppm, en met middelen op basis van waterstofperoxide.

    Zie voor meer informatie hierover vraag 2.22.

    Versie: 18 mei 2020

  •   2.5 Wanneer trekt een ambulancechauffeur zijn pbm uit wanneer hij een besmette patiënt naar het ziekenhuis moet vervoeren: voor aanvang van de rit naar het ziekenhuis of pas in het ziekenhuis?

    Vanuit het oogpunt van infectiepreventie is het advies om voor aanvang van de rit de pbm uit te doen en in het ziekenhuis vóór dat het patiëntencontact wordt hervat weer nieuwe pbm aan te trekken. Vanuit het oogpunt van zorgverlening kan het anders zijn. Indien de patiënt bijvoorbeeld dusdanig instabiel is dat wellicht onderweg assistentie nodig is, dan kan de ambulancechauffeur zijn pbm ook aanhouden voor het geval dat.

    Dit betekent wel dat het voorcompartiment van de ambulance na afloop van de rit gedesinfecteerd moet worden.

    Welke werkwijze de standaard is voor een RAV, wordt door de RAV zelf bepaalt. De ziekenhuizen in de regio dienen hierover geïnformeerd te worden.

  •   2.6 Wanneer je je pbm uitdoet, wat trek je dan als eerste uit?

    Je trekt als eerste de handschoenen uit, deze zijn mogelijk het meest besmet geraakt. Je dient daarmee zo min mogelijk andere pbm-onderdelen aan te raken. Je past direct na het uitdoen van je handschoenen handhygiëne toe en aan het einde van de uitkleedprocedure pas je nogmaals handhygiëne toe.

  •   2.7 Kan de volgorde van aantrekken en uitdoen pbm uitgeschreven worden?

    Bij het aantrekken, eerst je handen desinfecteren. Dan het FFP-masker opzetten en de overall aandoen en de kap op de hoofd zetten. Trek vervolgens de niet-steriele handschoenen aan en zet de spatbril op.

    Bij het uittrekken, als eerste je handschoenen uitdoen gevolgd door het toepassen handhygiëne. Dan de overall uit, spatbril af en je FFP-masker afzetten. Raak daarbij niet de voorkant van het masker aan. Vervolgens nogmaals handhygiëne toepassen. Indien je werkschoenen niet beschermd waren dan moet je deze met alcohol afnemen, dat moet echt flink nat gebeuren.

  •   2.8 Is SARS-CoV-2 overdraagbaar via de pbm?

    Theoretisch gezien is dit mogelijk. De kans daarop is erg klein, maar niet nul.

  •   2.9 Hoe moeten we de disposable pbm na een inzet weggooien?

    De disposable pbm kan, in een afgesloten stevige plastic zak, bij het gewone afval. Het is geen medisch afval.

  •   2.10 Hoelang blijft het nieuwe coronavirus actief wanneer het op een pbm-overall of een veiligheidsbril is gekomen?

    Voortschrijdend inzicht maakt dat het RIVM er nu vanuit gaat dat na zeven dagen het virus niet meer actief is, ongeacht het soort pbm-materiaal waarop het terecht is gekomen.
    Zie ook het antwoord bij vraag 2.11.

    Versie: 18 mei 2020

  •   2.11 Is een spat- of veiligheidsbril goed te desinfecteren met alcohol 70% zodat het hergebruikt kan worden? Of is er een andere methode?

    Een veiligheidsbril kan gedesinfecteerd worden met alcohol 70% zodat deze hergebruikt kan worden. De bril moet wel voor het desinfecteren eerst schoongemaakt worden van zichtbaar vuil. Een aandachtspunt is dat ‘gewone’ (eigen) brillen niet tegen alcohol 70% kunnen, ‘gewone’ brillen slaan dan wit uit.

    Daarnaast kun je ook desinfecteren door de veiligheidsbril tenminste 10 minuten in een chlooroplossing van 1000 ppm te leggen.

    Een alternatieve methode is de spat- of veiligheidsbril zeven dagen te laten liggen nádat je het zichtbare vuil met schoonmaaksop hebt verwijderd. Na zeven dagen de bril (of andere pbm) te hebben laten liggen in een ruimte met een temperatuur van boven de 15 graden Celsius, is de bril (of andere pbm) herbruikbaar omdat het virus dan niet meer actief is. Op basis van destijds beschikbare gegevens is door het RIVM eerder de inschatting gemaakt dat hergebruik na drie dagen droog bewaren voldoende veilig is wanneer een acuut tekort aan mondneusmaskers dreigt. Dit is ook als zodanig met de sector gedeeld. In de huidige situatie wordt dit advies over droog bewaren ook openbaar ontsloten aan andere sectoren. Daarmee is er geen zicht op welke eindgebruikers dit gaan toepassen en welke borging op het correct uitvoeren van de instructie bestaat. Daarom wordt door het RIVM voor een ‘veilige termijn’ gekozen die ook in lijn ligt met adviezen die door andere partijen zijn gegeven. Het algemeen advies tot bewaren voor herbruik is nu 7 dagen. Zie ook: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/informatie-voor-professionals/herverwerken-medische-materialen

    Versie: 18 mei 2020

  •   2.12 Is een FFP2-masker te desinfecteren of te steriliseren zodat het hergebruikt kan worden? Of is er een andere methode?

    Op dit moment is hier geen officiële aanbeveling voor. Na 1 of 2 keer steriliseren neemt de filtercapaciteit af. Desinfectie met UV-licht is op zich mogelijk. UV-licht doodt het coronavirus, maar dan moet het UV-licht aan alle kanten van het masker goed kunnen inwerken. Bij tekorten aan pbm kun je ook denken aan hergebruik (tijdens een dienst) van een masker door dezelfde persoon. Het masker moet dan tussentijds goed worden bewaard, zodat de schone kant ook schoon blijft. Let op: de binnen- en buitenkant van het masker mogen niet met elkaar in contact komen, ook niet via de opbergplaats. Voor nu moet je nadenken over het advies om vanwege de (te verwachten) schaarste de gebruikte FFP-2 maskers niet meer weg te gooien, zodat ze eventueel hergebruikt kunnen gaan worden.

  •   2.13 Is het zinvol om de aanbeveling te doen om de mouwen aan de handschoenen vast te tapen, omdat deze in de praktijk vaak een “stukje pols” toonbaar houden?

    Tapen van handschoenen en mouwen is eigenlijk niet zinvol, dit vergroot het risico op scheuren bij het bewegen en bij uittrekken van de overall. Bij voorkeur heb je geen stukje pols/huid zichtbaar, maar mocht dit zo zijn dan is dit geen probleem omdat je bij strikte isolatie goede hand-pols hygiëne toepast.

    Bij het uittrekken van de overall en handschoenen worden de handen gedesïnfecteerd, hierbij moeten ook de polsen geheel worden meegenomen. Daarbij moet opgemerkt worden dat het besmettingsgevaar van COVID-19 niet gelijk is aan dat van Ebola. Als het coronavirus op je huid zit, betekent het niet dat je besmet bent.

  •   2.14 Hoe strikt moeten we in de ambulancezorg het “haar in de capuchon” aanbevelen? We zien dat men op de SEH vaak geen hoofdbedekking draagt.

    Bij voorkeur het haar zo veel mogelijk wegstoppen in de capuchon. Mocht er toch een plukje haar tevoorschijn komen dan is dit geen probleem. In de ambulancezorg is zekerheidshalve ook nu gekozen voor hoofdbedekking. Je weet nooit van te voren op welke manier een inzet verloopt en of je bijvoorbeeld iemand een trap moet aftillen en hoe het contact met de patiënt daarbij verloopt. 

  •   2.15 Zijn er aanbevelingen over of en hoe medewerkers hun gezicht moeten schoonmaken na een inzet?

    Op zich is het niet nodig als alles goed is verlopen qua gebruik pbm/infectiepreventie. Bij twijfel afnemen met water en zeep, dit is voldoende. Het virus heeft een lipide mantel. Wassen met gewone zeep is voldoende. De zeep hoeft geen desinfecterende zeep te zijn.

  •   2.16 In het NRR-advies staat dat het risico van overdracht van het SARS-CoV-2 virus bij een besmette patiënt bij luchtweghandelingen, zoals mond-op-mond beademing heel groot is, zelfs bijna 100%. Kunnen we dan nog wel veilig airwaymanagement toepassen?

    Dit is inderdaad een duidelijk aanwezig risico. Voor ambulancezorgverleners is het risico laag omdat we beschikking hebben over en gebruik maken van pbm met FFP2 masker. Volg hierbij de actuele versie van het LPA COVID-19 protocol. Bij het uitvoeren van aërosolvormende handelingen bij een besmette patiënt draag je ALTIJD een FFP2 masker. De reden is dat bij het actief openen van de luchtweg een omvangrijke virusload kan vrijkomen. Zet bovendien een bacterie/virusfilter direct op je device (tube, SAD) vóór het inbrengen van het device. Nog een tip: check ook of de filters die in de RAV in gebruik zijn ook voldoende bescherming bieden voor het SARS-CoV-2 virus.

  •   2.17 Hoe moeten we omgaan met de vraag of overalls (coveralls) van de bouwmarkt ook afdoende zijn als er geen pbm meer beschikbaar is?

    Dat kan, als de overalls spatwaterdicht zijn, een CE medical markering hebben en voldoen aan NEN-EN 14126. Dan is dat geen probleem.

  •   2.18 Klopt het dat een FFP-masker niet goed aansluit indien de medewerker een baard heeft?

    Dat klopt, bij een baard van circa een halve centimeter is dat al het geval.

  •   2.19 Welke aerosolvormende handelingen zijn er in de ambulancezorg?

    In de ambulancezorg is een aantal handelingen dat (veel) aërosol vormt. Dit gaat om:

    • intubatie
    • extubatie
    • plaatsen van SAD, zoals een i-gel en LMA
    • niet-invasieve of manuele handmatige beademing (NIV, BiPAP, CPAP, HFOV)
    • handelingen aan een tracheostoma
    • uitzuigen
    • reanimatie
    • vernevelen1

    1 Strikt genomen wordt vernevelen NIET gezien als aerosolvormend. Omdat vernevelen vaak hoesten opwekt beschouwt het NVMMA bestuur vernevelen WEL aerosolvormend

    Versie: 18 mei 2020

  •   2.21 Waarom is het advies om de ambulance in volledige PBM te desinfecteren na een inzet met strikte isolatie? Volgens de hygiënerichtlijn voor de ambulancezorg (2017) is namelijk het desinfecteren van de ambulance met handschoenen en een schort voldoende.

    Klopt, doch in de corona-crisis houden we rekening met de tekorten aan pbm. Door van schoon naar vuil te werken, kun je het desinfecteren goed uitvoeren in je pbm en hoef je geen nieuwe pbm te gebruiken. Mocht het tekort aan pbm geen rol (meer) spelen, draag dan bij het (reinigen en) desinfecteren in ieder geval wegwerphandschoenen én een niet-vochtdoorlatend schort, met lange mouwen.

  •   2.22 Voordat we ambulance na een COVID-19 rit reinigen en desinfecteren staan de deuren vaak open. Hoelang moeten ambulancedeuren open staan voordat aërosolen neergeslagen en weg zijn, in het geval dat er is verneveld, beademend of indien de patiënt hoestte tijdens de rit?

    RIVM-advies & de praktijk
    Het RIVM-advies is om na een inzet met strikte isolatie omwille van een (verdenking op) COVID-19 en waarbij aërosolvormende handelingen zijn uitgevoerd de ambulance een half uur met open deuren te laten staan alvorens te gaan reinigen en desinfecteren. Druppels zijn in principe na een half uur neergedwarreld. Met dit advies is het zinvol om na aankomst bij het ziekenhuis de deuren van de ambulance open te houden, terwijl de patiënt naar binnen wordt gebracht. Bevestig eventueel een waarschuwingsbord op de ambulance: “Ambulance niet betreden, moet nog gedesinfecteerd worden!”. Vanaf dat moment dient een half uur ‘wachttijd’ in acht te worden genomen.

    Aërosolvormende handelingen in ambulance
    Aërosolvormende handelingen zijn intubatie, extubatie, plaatsen van SAD (zoals i-gel, LMA), niet-invasieve of manuele handmatige beademing (zoals NIV, BiPAP, CPAP, HFOV), handelingen aan een tracheostoma, uitzuigen, reanimatie en vernevelen.

    Strikt genomen wordt vernevelen niet gezien als aerosolvormend. Omdat vernevelen vaak hoesten opwekt beschouwt het NVMMA bestuur vernevelen wel aerosolvormend.

    Een hoestende patiënt, wat dan?
    Bij een hoestende patiënt, die tijdens de gehele rit een chirurgisch mondmasker draagt, en waarbij verder geen aerosolvormende handelingen plaatsvinden, hoeft geen half uur gewacht te worden voor aanvang reiniging en desinfectie. Droeg de patiënt geen mondmasker en hoestte deze wel, houd dan ook een half uur ‘wachttijd’ aan.

      

    Versie 31 maart 2020

  •   2.23 Waarom wordt bij strikte isolatie desinfectie van de werkschoenen aangeraden?

    In het LPA 8.1 staat protocol 2.6 Infectiepreventie bij verdenking op een virale hemorragische koorts uitgelegd dat de pbm moet worden uitgebreid met en spatbril en schoenbescherming. Bij de corona-crises is direct ook ingezet op het gebruik van de spat- of veiligheidsbril. Op basis van daarvan is overleg met het RIVM of het noodzakelijk was om schoenbescherming toe te passen bij strikte isolatie. Er is toen gekozen om aan te geven dat er of schoenbescherming gebruikt moest worden in de ambulancezorg, of men desinfecteert de schoenen. De ambulancezorgverlener zit bijvoorbeeld in de ambulance naast de brancard en dus (met de schoenen) dichtbij de hoestende of dyspneuïsche patiënt. Advies is daarom bij zichtbaar vuil schoenen eerst reinigen en altijd de schoenen te desinfecteren. Tenzij er schoenbescherming wordt gebruikt.

  •   2.24 Is desinfecteren met Saniswiss, met een lage concentratie waterstofperoxyde, afdoende?

    Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden hebben we de ‘Hygiënerichtlijn voor de ambulancezorg’ erbij gepakt. Daar staat “Gebruik alleen een desinfecterend middel dat door het Ctgb is toegestaan.” Bij het raadplegen van het Ctgb blijkt dat Saniswiss niet geregistreerd is.

    In het kader van de coronacrises heeft de overheid een aantal niet-geregistreerde desinfectiemiddelen tijdelijk toegestaan. Daarom hebben we de vraag over Saniswiss nog specifiek aan het RIVM voorgelegd met de vraag of Saniswiss misschien tijdelijk is geregistreerd. Het RIVM heeft aan AZN laten weten dat:  (…) u een vraag heeft over een oppervlakte desinfectans (PT02). Na advies van het Ctgb heeft het ministerie van I&W besloten dat voor waterstofperoxide-producten zonder virusclaim geen vrijstelling wordt gegeven voor PT02 (oppervlakken). Dus alleen producten met waterstofperoxide die al zijn toegelaten en een virusclaim hebben zijn officieel toegestaan. Het door u gestuurde product [Saniswiss] is mogelijk werkzaam maar het Ctgb ziet geen consistent beeld in hun database over de werkzame concentratie. Dit heeft onder meer te maken met het gebruikte type waterstofperoxide (‘accelerated’ of niet). Daarom kon geen eenduidige concentratie worden opgenomen in de vrijstelling (stcrt-2020-19177).

    Samenvattend: Saniswiss is geen geregistreerde desinfectiemiddel is en mag niet als enige middel bij het desinfecteren kan worden ingezet.

    Lees meer in de Staatscourant

     

  •   2.25 Welk type bril is geschikt als (onderdeel van de) pbm bij aërosolvormende handelingen?

    Draag bij de pbm een spat- of veiligheidsbril. Het gaat erom dat de bril ook bescherming biedt aan de zijkanten. Dat is het geval wanneer de bril als het ware ‘rond’ loopt. Hierdoor kunnen (virus)druppeltjes niet rechtstreeks in het oog komen, ook niet vanaf de zijkant. Ook een ruimzichtbril, skibril of vuurwerkbril kan dus gebruikt worden als deze voldoende bescherming biedt.

    Versie 6 april 2020

  •   2.26 Hoe presenteer je een (verdachte) COVID-19 patiënt in het ziekenhuis wanneer alleen de ambulanceverpleegkundige gekleed is in PBM conform het LPA protocol COVID-19?

    De patiënt kan naar de afdeling gebracht worden door de ambulanceverpleegkundige samen met een medewerker vanuit het ziekenhuis. Die medewerker moet dan, volgens de afspraken in het ziekenhuis, de geschikte PBM gebruiken. Wanneer de patiënt stabiel is kun je er ook voor kiezen dat de ambulancechauffeur in zijn gewone uniformkleding én met chirurgisch mondmasker en handschoenen achter de brancard mee naar binnenloopt naar de afdeling. Bij het verplaatsen van de patiënt van brancard naar het bed dient de ambulancechauffeur op ten minste 1,5 meter afstand te blijven. Op deze manier hoeft de ambulancechauffeur geen nieuwe set PBM te gebruiken. Ook hoeft daarna de uniformkleding NIET gewisseld.

    Versie 7 april 2020

  •   2.27 Zijn er qua infectiepreventie specifieke zaken om rekening mee te houden na gebruik van de beademingsslangen voor een van COVID-19 bewezen of verdachte patiënt?

    Disposable beademingsslangen kunnen na eenmalig gebruik gewoon weggegooid worden in een afvalzak, bij het overig (huishoudelijke) materiaal. Knoop de afvalzak dicht met een enkelvoudige knoop.

    Re-usable slangen moeten worden gereinigd en gedesinfecteerd of gesteriliseerd. Iedere RAV heeft hier zijn eigen afspraken voor, bijvoorbeeld met de sterilisatie-afdeling van een ziekenhuis. Je kunt de slang laten zitten zolang er patiëntgebonden bacterie/virusfilters gebruikt worden op het Y-koppelstuk. Binnen de anesthesie wordt vaak een pragmatische periode van één week gekozen voor het vervangen van re-usable slangen. Overweeg om in geval van gebruik bij COVID-19 bewezen of verdachte patiënten, deze slangen alleen voor die patiëntengroep te gebruiken.

    Indien de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis leiden tot schaarste, dan is het advies om op regionaal niveau af te stemmen met de infectie-deskundige welke verantwoorde aanpassingen op het huidige beleid te maken zijn.

    Lees hier de WIP-Richtlijn Veilig werken: Anesthesie

    Versie 10 april 2020

3. REANIMATIE

  •   3.1 Wat is het beleid voor ambulance-eenheden die ter plaatse komen bij een reanimatiemelding bij een persoon die COVID-19 positief is of een sterke verdenking daarop heeft?

    Iedere ambulancezorgverlener moet op de hoogte zijn van het aangepaste beleid voor first responders en van het actuele COVID-19 protocol:

    • Van de (BLS) handelingen kijken, luisteren en voelen zijn luisteren en voelen niet goed uitvoerbaar in pbm, deze vervallen daarom. Kijken blijft wel mogelijk.
       
    • Nadat de ALS-eenheid de reanimatie heeft overgenomen: first responders op afstand >1,5 meter. 
       
    • Masker/ballon-beademing wordt niet toegepast.
       
    • Ritmecheck zo spoedig mogelijk uitvoeren.
       
    • Thoraxcompressie ononderbroken tot plaatsing SAD of tube.
       
    • Zet een bacterie/virusfilter direct op je device (tube, SAD) vóór het inbrengen van het device.
       
    • Tijdens plaatsing SAD of tube géén thoraxcompressies (manueel of mechanisch) toepassen.
       
    • Organiseer dat first responders hun handen/polsen kunnen desinfecteren.
       
    • Verwijs first responders met vragen naar hun eigen organisatie.

    In het ‘ALS-handelingschema reanimatie volwassene ten tijde van COVID-19’ vind je hiervan een duidelijk stappenplan.

    Versie: 22 april 2020.

  •   3.2 Hartslag.Nu roept geen burgerhulpverleners boven de 50 jaar meer op. Is dit nu ook de richtlijn voor politie en brandweer?

    Het NRR-advies is geschreven voor de vrijwillige first responders zoals de burgerhulpverleners van Hartslag.Nu en voor professionele first responders, zoals brandweer en politie. Zoals Hartslag.Nu het beleid voor de haar vrijwilligers heeft aangepast, zal Brandweer Nederland en Politie Nederland dit zelf ook voor hun medewerkers moeten bepalen. Hier speelt ook een Arbo-component mee.

  •   3.3 Waar houdt een MKA-centralist rekening mee bij een reanimatie-melding?

    Iedere ambulancezorgverlener, dus ook de MKA-centralist, moet op de hoogte zijn van het aangepaste beleid voor first responders. De meldersinstructie op de meldkamer moet hierop aangepast worden. NTS-meldkamers kunnen dit zelf organiseren. Voor ProQA-meldkamers wordt dit landelijk gecoördineerd.

    Qua meldersinstructie op de meldkamer ambulancezorg:

    • er wordt geen instructie meer wordt gegeven om te beademen, tenzij het om een pasgeborene, baby of kind gaat;
       
    • indien uit de uitvraag blijkt dat het slachtoffer COVID-19 positief is of sterke verdenking daarop heeft, omvat de meldersinstructie alleen nog het gebruik van de AED; informeer de melder dat hij de first responders bij het ter plaatse komen direct er op moet wijzen dat er sprake is van den (mogelijke) COVID-19 besmetting;
       
    • indien omstanders de wens uiten wel volledige BLS te willen toepassen, dan wordt de meldersinstructie gegeven zoals in normale omstandigheden gegeven zou worden. Dit laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn indien het een gezinslid betreft, of indien bekend is dat zowel het slachtoffer als de omstander besmet zijn.
  •   3.4 In het NRR-advies over het inzetten van first responders spreekt men over volwassenen zonder duidelijke of bewezen infectie, en over personen met een COVID-19 positief of sterke verdenking. Hoe zit dit?

    Je spreekt over volwassenen zonder duidelijke of bewezen infectie wanneer het personen zijn zonder klachten die bij COVID-19 horen. In lijn met de LCI COVID-19 richtlijn zijn dit hoesten OF kortademigheid OF koorts OF (bij ouderen) koortsig gevoel. In het LPA protocol COVID-19 kun je dit terug vinden. Deze klachten mogen dus NIET aanwezig zijn.

    Inzet:

    • burgerhulpverleners en first-responders, geen mond-op-mond beademing, wel borstcompressies, wel gebruik AED.

    Je spreekt over personen die COVID-19 positief zijn of sterke verdenking daarop hebben indien het gaat om iemand met een positieve laboratoriumtest of met COVID-19 klachten in lijn met de LCI COVID-19 richtlijn: hoesten OF kortademigheid OF koorts OF (bij ouderen) koortsig gevoel. Klinische ervaring leert dat ook de overige klachten die benoemd staan in het VLPA Protocol COVID 19, zoals gastro-intestinaal, moeheid en algeheel malaise, vaker kunnen duiden op een COVID-19 infectie. Zie ook de vraag “De LCI-richtlijn spreekt over COVID-19 klachten en noemt dan hoesten, kortademigheid en koorts of koortsig gevoel bij ouderen. Welke klachten kunnen we nog meer verwachten?” De groep personen die COVID-19 positief zijn of sterke verdenking daarop hebben zal in de komende weken vermoedelijk steeds groter worden.

    Inzet:

    • instrueer de melder om de first responders bij aankomst direct te wijzen op sterke verdenking of bewezen COVID-19 besmetting zodat er niet gestart wordt met borstcompressies (voor politie/brandweer op meldkamer in kladblok plaatsen);
       
    • inzet burgerhulpverleners en first-responders, geen mond-op-mond beademing, geen borstcompressies, wel gebruik AED.

    Voor kinderen, baby’s, en pasgeborenen is het beleid qua inzet van first responders ongewijzigd.

4. LPA

  •   4.1 Is het zinvol om het LPA protocol 7.4 Astma bronchiale/exacerbatie COPD in te zetten bij een COVID-19 verdenking met dyspneu?

    Het huidige LPA-beleid is besproken met de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose. Corticosteroïden zijn een bewezen behandeling voor acute astma bronchiale/exacerbatie COPD. Dit ziektebeeld is duidelijk anders dan een pneumonie door een corona-besmetting. Het LPA protocol 7.4 wordt NIET aangepast om daarmee ook voor COVID-patiënten toepasbaar te maken. Een exacerbatie COPD/astma bronchiale wordt op de normale wijze behandeld. Voor de dyspneuklachten die veroorzaakt worden door COVID-19 zijn in de ambulancezorg geen nieuwe behandelingen. Blijf handelen conform het LPA 8.1.

  •   4.2 In de verschillende communicatiekanalen zien we dat RAV-en eigen beleid in zetten, buiten bijvoorbeeld het LPA. Dat mag toch in deze bijzondere omstandigheden?

    Het LPA is sectoraal vastgesteld beleid, zowel de leden van AZN (RAV-bestuurders) als de NVMMA en V&VNAZ hebben hier mee ingestemd. Uitgangspunt is dat alle RAV-en allemaal het zelfde doen. In de huidige bijzondere omstandigheden (b)lijkt het vastgesteld beleid soms niet meer passend. Waarbij men zich moet realiseren dat niet het regionaal ziekenhuis beleid leidend is, doch de sectorale afspraken.

    Als een RAV van het vastgestelde beleid wil afwijken is het van belang om in de ROAZ aan te gegeven dat het niet mogelijk is om goede ambulancezorg te leveren volgens de vastgestelde kaders. Daarmee kan het ROAZ meedenken in mogelijke aanpassingen in de keten. Dit kan ook gaan over het anders inzetten van de zorg-, laag- of middencomplexe ambulance, door deze bijvoorbeeld geplande ritten toe te wijzen waardoor zij stabiele bewezen COVID-19 patiënten in strikte isolatie mogen vervoeren. Een aanvullende afspraak daarbij zou kunnen zijn dat de EWS score ruimer wordt toegepast. Door dit in het ROAZ in te brengen, volgt de RAV de juiste route.

5. MELDKAMER

  •   5.1 De LCI-richtlijn spreekt over COVID-19 klachten en noemt dan hoesten, kortademigheid en koorts of koortsig gevoel bij ouderen. Welke klachten kunnen we nog meer verwachten?

    Een breed palet aan klachten wordt gemeld bij COVID-19 patiënten, waaronder koorts, koude rillingen, hoesten, algehele malaise, vermoeidheid, algehele pijnklachten, oculaire pijn, spierpijn, hoofdpijn, keelpijn, buikpijn, pijn bij de ademhaling, duizeligheid, neusverkoudheid, kortademigheid, schorre stem, prikkelbaarheid/verwardheid/delier, anorexie/verlies van eetlust, diarree, overgeven, misselijkheid, hyposmie/anosmie, dysgeusie/ageusie, conjuctivitis en verschillende huidafwijkingen. De frequentie waarin deze symptomen worden gemeld wisselt sterk per type cohort.

    Concluderend na onderzoek, zie de onderbouwing bij de symptomatologie COVID-19, zijn niet alleen de klassieke luchtwegklachten die bij ernstig zieke COVID-19 patiënten gemeld worden typerend voor het ziektebeeld COVID-19. Doch COVID-19 kenmerkt en onderscheidt zich ook op basis van niet-respiratoire symptomen: anosmie/ageusie, spierpijn, oculaire pijn, algehele malaise, hoofdpijn, vermoeidheid, verminderde eetlust/anorexie, diarree en koorts. De symptomen anosmie/ageusie en koorts zijn daarbij in alle studies onderscheidend, daarnaast wordt ook spierpijn, vermoeidheid en anorexie/verminderde eetlust genoemd.

    Dat het scala aan mogelijke klachten zo breed is, maakt het enorm complex voor de triage. Zowel op de MKA als voor de rijdienst. Bij twijfel laagdrempelig inzetten op “ onbekend of onduidelijk”, zoals in het LPA COVID-19 protocol is opgenomen.

    Zie ook:

    Versie:  29 mei 2020

     

  •   5.2 Welke instructie krijgen 112-melders van de meldkamer als er een kinderreanimatie is waarbij de leeftijd van het kind onduidelijk is?

    Voor de meldkamers ambulancezorg is besloten om met deze situatie pragmatisch om te gaan omdat voor 112-melders het inschatten van de leeftijd van een voor hen onbekend kind, bij een mogelijke reanimatiesetting, enorm lastig is. Daarom is met alle meldkamers ambulancezorg afgesproken dat de beschrijving ‘kind’ in het kader van een reanimatiesetting gehanteerd wordt tot aan 18 jaar. Dit betekent dat de normale meldersinstructie inclusief beademing gegeven kan worden. De reanimatie-handelingen zijn voor een kind onveranderd ten opzichte van voor de coronacrisis. 

    Versie 8 april 2020.

Voor ambulancezorgverleners met vragen over het coronavirus en het te volgen beleid: contact de medisch manager(s) ambulancezorg van uw RAV.