Corona: vraag en antwoord

Vraag en antwoord

Heb je een vraag over het nieuwe coronavirus, over COVID-19 of vaccineren? Wil je weten hoe we als ambulancezorg handelen in bepaalde situaties? Of wil je meer weten over de actuele protocollen? Lees dan de vragen en antwoorden op deze pagina, of check de documenten! 

0. Algemeen 
1. Vaccineren 
2. Infectiepreventie
3. Reanimatie 
4. LPA
5. Meldkamer 

Disclaimer: De antwoorden op gestelde vragen zijn met grote zorgvuldigheid samengesteld. In de huidige crisissituatie wijzigen richtlijnen en inzichten echter voortdurend. Houd hier rekening mee en check dit zo nodig. We stellen het op prijs als je AZN via info@ambulancezorg.nl informeert bij (mogelijke) onjuistheden.

0. ALGEMEEN

  •   0.1 Waar kun je als burger naartoe bellen met vragen over het nieuwe coronavirus of COVID-19?

    De rijksoverheid heeft een informatienummer geopend waar mensen terechtkunnen met vragen over het nieuwe coronavirus en COVID-19. Veel informatie is te vinden op de website van de rijksoverheid, maar wie graag iemand aan de lijn wil krijgen kan tussen 08.00 en 20.00 uur bellen naar het publieksinformatienummer 0800-1351. Vanuit het buitenland is het nummer te bereiken door te bellen naar +312 0205 1351.

  •   0.2 Er worden verschillende namen gebruikt: nieuwe coronavirus, SARS-CoV-2 en COVID-19. Hoe zit dat?

    Het virus dat tot de huidige uitbraak heeft geleid is het nieuwe coronavirus. Dit virus wordt officieel SARS-CoV-2 genoemd, dat is de afkorting van: Severe Acute Respiratory Syndrome - CoronaVirus -2.

    Het virus kan de ziekte COVID-19 veroorzaken. COVID-19 is de afkorting van Corona Virus Disease 2019.

  •   0.3 Wat is eigenlijk het verschil tussen griep en het coronavirus?

    Zie de video van Eric van Gorp, viroloog van het Erasmus MC.

  •   0.4 Wat betekent het als het nieuwe coronavirus muteert?

    Kijk deze video (van de NOS) voor een korte uitleg over muteren.

    Versie: 23 december 2020

  •   0.5 Hoe zit het met de nieuwe variant die in december 2020 is ontdekt?

    In de afgelopen weken heeft het Verenigd Koninkrijk (VK) te maken gehad met een snelle toename van COVID-19-gevallen in Zuidoost-Engeland. Uit analyse bleek dat een belangrijk deel van de gevallen tot een nieuwe variant behoort: de SARS-CoV-2 VUI 202012/01. Hoewel bekend is dat het SARS-CoV-2-virus voortdurend verandert door mutatie en altijd tot nieuwe varianten kan leiden, lijkt uit de voorlopige analyse in het VK dat deze variant mogelijk besmettelijker is dan voorheen circulerende varianten. De nieuwe variant komt voor in Engeland en er zijn enkele gevallen gemeld door Denemarken. Volgens berichten in de media zijn er ook enkele gevallen gemeld in België en twee gevallen in Nederland. De variant die in Zuid-Afrika opkomt lijkt weliswaar op de SARS-CoV-2 VUI 202012/01 variant, maar is niet identiek.

    Er zijn op dit moment geen aanwijzingen voor een verhoogde ernst van de infectie in verband met de nieuwe variant, of voor een verminderde effectiviteit van de vaccins. Ook zijn er geen aanwijzingen voor een verminderde gevoeligheid van de antigeen- en PCR-testen die we in Nederland gebruiken om besmettingen met deze variant aan te tonen.

    Versie: 23 december 2020

  •   0.6 Klopt het dat bij besmette patiënten zonder luchtwegklachten maar met algehele malaise klachten (diarree, misselijkheid, zweterig) er nauwelijks extra risico op aerosolvorming is?

    Dat klopt. Wanneer deze patiënten hoesten of niezen gaat het virus wel uit neus, keel of longen naar buiten. Via druppels komt het coronavirus zo in de lucht. De druppels zijn relatief groot en zwaar en slaan snel neer onder invloed van zwaartekracht. Dit soort druppels verspreidt zich tot 1,5 meter.

    Exacte gegevens over de besmettelijke periode ontbreken. Een patiënt is in het algemeen besmettelijk tijdens de symptomatische fase. Hoe zieker iemand is, hoe meer virus(load) hij kan verspreiden. Wanneer een besmette patiënt ziek is met diarree, misselijkheid of zweten ontstaat er op zich niet meer aerosol, wel kan de hoeveelheid virusload in de aerosol die altijd al vrijkomt bij hoesten en niesen groter zijn. Is een patiënt niet besmet, dan is er dus ook geen virusload.

    Versie: 18 mei 2020

  •   0.7 Is er al beleid ten aanzien van het testen van ambulancemedewerkers om te zien of zij een coronabesmetting hebben doorgemaakt?

    Er zijn op dit moment in de dagelijkse praktijk (nog) geen testen beschikbaar om een doorgemaakte infectie (antistoffen) betrouwbaar aan te tonen. Als die testen wel beschikbaar komen zal het beleid door het RIVM daarop worden aangepast.

    Versie 3 april 2020.

  •   0.8 Kan een zorgambulance of een laag- of middencomplexe ambulance ingezet worden als er strikte isolatie toegepast moet worden?

    Binnen bepaalde kaders is dit zeker mogelijk. Er mag echter in geen geval sprake zijn van een inzet met een A-urgentie.

    In het Kwaliteitskader Zorgambulance staan de inzet- en uitsluitcriteria uitgeschreven die van belang zijn. Strikte isolatie is niet als uitsluitcriterium benoemd. Wel dient het om een inzet met een B-urgentie te gaan en er mogen geen dreigende stoornissen van vitale functies zijn.

    In het Kwaliteitskader Laag- en middencomplexe ambulancezorg staat dat de zorgvraag door de MKA vastgesteld moet zijn als niet hoogcomplex. Een niet hoogcomplexe zorgvraag is er indien een patiënt tenminste twee uur voorafgaand aan de inzet van ambulance-eenheid stabiel is, d.w.z. haemodynamische en neurologisch in een gelijkblijvende situatie zonder acute interventie én waarbij de bevoegd aanvrager aangeeft geen acute interventies zijn te verwachten tijdens de inzet.

    Indien een RAV in de huidige situatie een zorgambulance of laag- en middencomplexe ambulancezorg wil inzetten én daarbij een ruimer kader wil hanteren, bijvoorbeeld in het gebruik van de EWS-score, dan dient dit gemeld te worden in het ROAZ opdat daar duidelijk is dat er in de huidige hectiek niet meer voldaan kan worden aan de vastgestelde kaders.

  •   0.9 Hoe gebruik je als ambulancezorgverlener de CoronaMelder-app tijdens je werk?

    De CoronaMelder-app stuurt je een melding als je - mét de CoronaMelder-app geïnstalleerd op je telefoon én bluetooth aan - minstens 15 minuten dicht bij iemand bent geweest die (later) corona blijkt te hebben. Deze persoon moet dan ook wel de app gebruiken. De app ziet via bluetooth of je dicht bij iemand was. Hoe dichterbij, hoe sterker het bluetoothsignaal. De app weet niet waar je was en wie je bent. De Coronamelder-app kan verder niet herkennen of je op dat moment persoonlijke beschermingsmiddelen draagt. Dit kun je ook niet invoeren in de app.

    Ambulancezorgverleners die contact hebben met bevestigde COVID-19 patiënten kunnen op voorhand de app tijdelijk pauzeren door de bluetooth uit te zetten, zodat de app tijdelijk geen codes uitwisselt met andere telefoons. Na je inzet of na je werk zet je de bluetooth dan weer aan. Iedere 24 uur wordt er sowieso door de app een herinnering gestuurd, om de app weer aan te zetten. In de CoronaMelder-app kun je deze informatie terugvinden onder de ‘veelgestelde vragen’.

    Wat geldt voor ambulancezorgverleners die een notificatie ontvangen?
    Het uitgangspunt is dat personen die een notificatie van de CoronaMelder-app krijgen 10 dagen in quarantaine te gaan (gerekend vanaf het risicocontact). In het sectoraal aanvullend advies van 25 september jl. is toegelicht dat een ambulancezorgverlener die een notificatie van de CoronaMelder-app heeft ontvangen maar die géén klachten heeft, onder voorwaarden kan blijven werken. Dit is ook afgestemd met het RIVM. Deze voorwaarden gelden tot 10 dagen na ontvangst van de app-notificatie.

    De voorwaarden zijn:

    • Alertheid op ontstaan COVID-19 klachten bij ambulancezorgmedewerker, indien klachten ontstaan dan gaat de medewerker in isolatie en wordt hij/zij getest.
    • De ambulancezorgmedewerker draagt tijdens het werk continu een chirurgisch mondneusmasker type IIR, waarbij ten minste om de 3 uur een nieuw masker wordt opgezet.
    • De ambulancezorgmedewerker draagt handschoenen bij persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek/contact.

    Meer informatie

    Versie: 15 oktober 2020

1. Vaccineren

  •   1.1 Is er al meer bekend over het vaccineren van de zorgverleners in de ambulancezorg?

    Het ministerie van VWS heeft 2 januari 2021 met een persbericht laten weten dat er een plan van aanpak zou komen voor het vaccineren van verpleegkundigen en artsen op de intensive care, spoedeisende hulp, COVID-afdelingen en voor ambulancemedewerkers. Het gaat, aldus het persbericht, om ongeveer 30.000 medewerkers in de acute zorg, die het corona-vaccin van BioNTech/Pfizer krijgen aangeboden. In ROAZ-verband worden afspraken gemaakt over de praktische uitvoering van het vaccineren. Voor de ambulancezorg gaat het dan alleen om ambulancezorgverleners in de rijdienst. Medewerkers van de meldkamer, van staf- en ondersteunende afdelingen zullen nu nog niet gevaccineerd worden. Op 6 januari was het al zover dat verschillende RAV’s konden starten met het vaccineren.

    Medewerkers van de meldkamer, van staf- en ondersteunende afdelingen komen op een later moment aan de beurt voor vaccinatie. Er is een roadmap, oftewel een overzicht, beschikbaar met daarin de verwachte planning voor de verschillende doelgroepen, zoals overige zorgmedewerkers. De daadwerkelijke planning van vaccinatie is afhankelijk van o.a. goedkeuring, werking, levering en distributie van de vaccins. En van de vaccinatiebereidheid van mensen. Het moment van de start van de vaccinatie van een (nieuwe) groep en het moment waarop een groep gevaccineerd is, staat daarom niet vast in de tijd. Op basis van ontwikkelingen en adviezen kan ook veranderen welke groep welk vaccin krijgt.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.2 Waar vind ik duidelijke informatie over de vaccins?

    Verschillende websites van (semi-)wetenschappelijke organisaties bieden informatie aan over de coronavaccins:

    • Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) biedt professionals betrokken bij de uitvoering van de COVID-19-vaccinatie informatie over vaccins, die ook voor ambulancezorgprofessionals interessant is.

      Lees de veelgestelde algemene vragen van professionals over de COVID-19-vaccinatie en de specifieke vragen over coronavaccins zoals Pfizer/BioNtech.
       
    • Op de site van het CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen) is informatie te vinden over de ontwikkeling van vaccins tegen het coronavirus.
       
    • De KNVM (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Microbiologie) houdt op haar website bij aan welke vaccins wordt gewerkt, wat de koplopers zijn en wanneer er voldoende doses vaccins verwacht kunnen worden. Daarnaast geeft de KNVM achtergrondinformatie over vaccinontwikkeling. De informatie wordt elke donderdag geactualiseerd.

    Erasmus MC legt in deze video uit hoe het COVID-19-vaccin werkt. Bron: amazingerasmusmc.nl/actueel/hoe-werkt-het-coronavaccin

    De overheid biedt informatie aan over de vaccins, vanuit de verschillende invalshoeken en inclusief nieuwsberichten.

    Versie 4 januari 2021

  •   1.3 Mag een zorgmedewerker die gevaccineerd is zonder persoonlijke beschermingsmiddelen werken?

    Nee, na vaccinatie gelden nog steeds dezelfde regels rondom persoonlijke beschermingsmiddelen. 

    Lees het volledige antwoord op rivm.nl.

    Versie 5 januari 2021

  •   1.4 Is het vaccin veilig als ik zwanger ben?

    Uit studies zijn geen aanwijzingen gekomen dat een coronavaccinatie tijdens de zwangerschap nadelige gevolgen heeft. Maar omdat er nog weinig over bekend is, raden we [het RIVM] het op dit moment voor de zekerheid nog af. Het advies is om je na de zwangerschap te laten vaccineren. Heb je gezondheidsproblemen waardoor je een hogere kans hebt om ernstig ziek te worden van corona? Dan zijn de voordelen van vaccineren tijdens de zwangerschap misschien groter dan de (theoretische) nadelen. Overleg met je arts of vaccinatie tijdens de zwangerschap toch beter is.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.5 Welke coronavaccins zijn er beschikbaar?

    Op dit moment zijn Comirnaty van BioNTech/Pfizer en COVID-19 Vaccin Moderna de eerste twee vaccins tegen het coronavirus die door het EMA zijn goedgekeurd voor gebruik. Diverse andere vaccins zijn nu nog in ontwikkeling. Het Comirnaty-vaccin wordt ook daadwerkelijk al ingezet bij het vaccineren. Het Moderna-vaccin is op 6 januari jl. goedgekeurd, de inzet hiervan volgt spoedig.  Zie voor de actuele situatie de website van het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CbG).

    Versie 7 januari 2021

  •   1.6 Kan je je laten vaccineren wanneer je reeds een COVID-19-infectie heb doorgemaakt?

    Ja, je kunt je laten vaccineren. Een relatieve contra-indicatie is er indien je afgelopen vier weken positief getest bent op COVID-19.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.7 Hoe werkt het vaccin van Comirnaty-vaccin (BioNTech/Pfizer)?

    Het vaccin Comirnaty is een zogenoemd mRNA-vaccin. Het brengt heel kleine vetbolletjes in het lichaam met een stukje genetische code (mRNA) zoals in het coronavirus aanwezig is. Dit mRNA wordt in het lichaam afgelezen en vertaald naar spikeproteïnen, een eiwit van het virus. Dit eiwit wordt op deze manier zichtbaar voor de afweercellen in het lichaam, die vervolgens antistoffen aanmaken die het coronavirus herkennen bij een besmetting. Als iemand daarna in aanraking komt (besmet wordt) met het coronavirus, dan kan het virus onschadelijk gemaakt worden. De gevaccineerde is immuun. Hoelang men na vaccinatie immuun is, is nog niet bekend. Dat is pas vast te stellen als de vaccins langere tijd zijn gebruikt.

    Veel andere vaccins bevatten delen van dode of verzwakte bacteriën of virussen of deeltjes van bacteriën of virussen. Dit is bij het Comirnaty-vaccin niet zo, daardoor kan vaccinatie geen COVID-19 veroorzaken. Het vaccin wordt op natuurlijke wijze weer door het lichaam afgebroken.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.8 Wat is bij het Comirnaty-vaccin nu eigenlijk een batch, en wat is een vaccin-serie?

    Een batch bestaat uit een doos met 195 vaccin-flacons, deze zijn samen goed zijn voor - ten minste - 975 doses vaccin. Uit iedere flacon haalt men in ieder geval 5 doses vaccin. Bij de vaccinatie krijg je 0,3 ml verdund vaccin ingespoten, met 30 microgram COVID-19-mRNA-vaccin. De uitlevering van de vaccins gebeurt per batch: iedere doos heeft een eigen batchnummer. Dit batchnummer wordt bij het vaccineren vermeld op je registratiekaart. Voor een volledige vaccinatie met Comirnaty heb je een serie vaccins nodig: twee doses met een tussenpoos van 21 dagen.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.9 Welke bescherming biedt het Comirnaty-vaccin (BioNTech/Pfizer)?

    Het vaccin, dat bestaat uit twee prikken waar drie weken tussen zit, biedt vanaf ongeveer 7 dagen na de tweede dosis een bescherming van ruim 90%. Op dit moment is onbekend hoe lang het vaccin bescherming zal geven.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.10 Kun je na vaccinatie toch iemand anders besmetten?

    Vaccinatie beschermt je tegen de ziekte COVID-19, die door het coronavirus wordt veroorzaakt. We weten nog niet of iemand die gevaccineerd is het virus toch kan verspreiden en zo anderen kan besmetten. Daarom nemen we het zekere voor het onzekere: voor gevaccineerde personen gelden voorlopig dezelfde maatregelen als voor mensen die niet gevaccineerd zijn.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.11 Kun je tussen de eerste en tweede vaccinatie COVID-19 krijgen?

    Ja dat kan. Er zijn twee vaccinaties met een tussenpoos van 21 dagen nodig voor een goede bescherming tegen corona. Tussen de eerste en tweede vaccinatie is de afweer nog niet voldoende en kunnen mensen nog corona krijgen. Het blijft daarom altijd belangrijk om je te laten testen wanneer je klachten krijgt die passen bij corona.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.12 Zal iemand die gevaccineerd is, een positieve test krijgen?

    Nee, de vaccinatie heeft geen invloed op de testen die gebruikt worden om een coronavirus-infectie op te sporen, zoals de PCR (polymerase chain reaction)-test en de antigeen-sneltesten.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.13 Wat wordt er geregistreerd bij het vaccineren?

    Bij de eerste vaccinatie krijgt de gevaccineerde medewerker een door het RIVM uitgegeven vaccinatiebevestiging: de registratiekaart. Deze wordt bij de vaccinatie uitgereikt door een (administratief) medewerker. Meerdere RAV’s zetten eigen medewerkers in om het administratieve deel te regelen bij het vaccineren van ambulancezorgverleners, om zo het ziekenhuis te ondersteunen bij dit omvangrijke vaccinatieprogramma. Op de vaccinatiebevestiging staan de volgende gegevens:

    • naam gevaccineerde/cliënt
    • geboortedatum
    • datum vaccinatie
    • naam en batchnummer vaccin
    • QR-code of URL die linkt naar de bijsluiter

    Ook is er ruimte voor het invullen van de (toedieningsdatum van de) 2e vaccinatie, inclusie het batchnummer.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.14 Welke bijwerkingen zijn bekend bij het Comirnaty-vaccin (BioNTech/Pfizer)?

    De volgende bijwerkingen komen vaak voor:

    • matige pijn op de injectieplaats, meestal zonder roodheid en zwelling (> 80%)
    • vermoeidheid (>60%)
    • hoofdpijn (>50%)
    • spierpijn (>30%)
    • rillingen (>30%)
    • gewrichtspijn (>20%)
    • koorts (>10%)

    De meeste bijwerkingen zijn binnen 1-2 dagen verdwenen. Als pijn of koorts toch heftig is, kan hiervoor paracetamol worden ingenomen. Bij de tweede dosis zijn de lokale reacties ongeveer gelijk aan die bij de eerste dosis.

    Anafylactische reacties zijn uitermate zeldzaam, maar niet uit te sluiten. Bij de eerste 1,5 miljoen toedieningen van Comirnaty kwam viermaal een anafylactische reactie voor.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.15 Kun je een hevige of nieuwe bijwerking melden?

    Ja, dat kan bij het Bijwerkingencentrum Lareb, dit is het Nederlandse meld- en kenniscentrum voor bijwerkingen van geneesmiddelen, waaronder vaccins. Er is een apart formulier voor het melden van bijwerkingen na vaccinatie. Op de site van het Lareb is meer informatie te vinden over de bijwerkingen van de coronavaccins.

    Versie 7 januari 2021

  •   1.16 Is onderscheid mogelijk tussen bijwerkingen na COVID-19-vaccinatie en symptomen van COVID-19?

    De meeste bijwerkingen zijn binnen 1-2 dagen verdwenen na COVID-19-vaccinatie. De volgende klachten komen voor: pijn op de injectieplaats, roodheid en zwelling, vermoeidheid, hoofdpijn, spierpijn, rillingen, gewrichtspijn en koorts. Als deze klachten in de eerste 1-2 dagen na de vaccinatie ontstaan en daarna weer verdwijnen, is het aannemelijk dat het gaat om bijwerkingen van de vaccinatie.

    Indien er (ook) andere klachten ontstaan, iemand ernstig ziek wordt, of er een hoog risico is op SARS-CoV-2-besmetting, is het verstandig om andere oorzaken van de klachten te overwegen en zo nodig diagnostiek in te zetten. De meest voorkomende klachten bij ziekte COVID-19 zijn: verkoudheidsklachten, hoesten, benauwdheid, verhoging of koorts en verlies van reuk of smaak. Bij een of meer van deze klachten moet iemand zich laten testen. De vaccinatie interfereert niet met een antigeen- of PCR-test. Als het van deze klachten alleen koorts betreft, die binnen 48 uur na de vaccinatie is ontstaan, betreft het waarschijnlijk een bijwerking van de vaccinatie. Bij twijfel is het advies om te overleggen met de afdeling infectieziektebestrijding van de GGD

    Versie 7 januari 2021

  •   1.17 Wordt het test- en inzetbeleid voor (ambulance)zorgmedewerkers anders nu er wordt gevaccineerd?

    Op dit moment is het test- en inzetbeleid voor (ambulance)zorgmedewerkers nog onveranderd behalve voor zorgmedewerkers die milde klachten zoals malaise en verhoging ontwikkelen, direct in aansluiting op COVID-19-vaccinatie én waarbij de klachten als bijwerking geduid kunnen worden. Dit mag dan ook zo worden geïnterpreteerd, als bijwerkingsklachten en dus niet als COVID-klachten. Overleg hierover met de bedrijfsarts.

    Versie 7 januari 2021

2. INFECTIEPREVENTIE

3. REANIMATIE

  •   3.1 Wat is het beleid voor first responders/burgerhulpverleners die ter plaatse komen bij een reanimatiemelding bij een volwassen persoon?

    Op 9 oktober 2020 is door de Nederlandse Reanimatieraad, HartslagNu en Ambulancezorg Nederland aandacht gevraagd voor een wijziging in het beleid. Gezien het stijgende aantal besmettingen met het coronavirus is besloten voorlopig alle volwassen patiënten met een circulatiestilstand te reanimeren volgens de COVID-19 richtlijn, zoals eerder beschreven in “Reanimatie buiten het ziekenhuis tijdens de COVID-19 pandemie” (19 juni 2020). Voor de BLS door first responders en burgerhulpverleners betekent dit:

    • beoordeel de ademhaling door alleen naar de borstkas te kijken, open de luchtweg niet.
    • dek de mond en neus van het slachtoffer af met een doek, kledingstuk of mondmasker.
    • geef GEEN beademingen, WEL borstcompressies.
    • sluit de AED aan zo gauw deze beschikbaar is.

    In het advies is ook nadrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om wel volledige BLS toe te passen inclusief beademen, bijvoorbeeld als omstanders dit willen omdat er sprake is van de reanimatie van een direct familielid.

    Zie hier het BLS-handelingsschema reanimatie volwassene.

    Zie ook de website van HartslagNu.

    Zie ook de website van de NNR.

    Versie: 12 oktober 2020

  •   3.2 Wat is het beleid voor ambulance-eenheden die ter plaatse komen bij een reanimatiemelding bij een volwassen persoon?

    Iedere ambulancezorgverlener is op de hoogte van het aangepaste beleid dat elk volwassen reanimatie-slachtoffer wordt gezien als een COVID-19 besmette persoon.

    Dit betekent dat de ambulance-eenheid rekening houdt met een aantal zaken:

    • Van de (BLS) handelingen kijken, luisteren en voelen zijn luisteren en voelen niet goed uitvoerbaar in pbm, deze vervallen daarom. Kijken blijft wel mogelijk.
    • Nadat de ALS-ambulance-eenheid de reanimatie heeft overgenomen, gaan first responders/burgerhulpverleners op afstand >1,5 meter staan. 
    • Masker/ballon-beademing wordt niet toegepast door de ambulance-eenheid.
    • De ritmecheck wordt zo spoedig mogelijk uitgevoerd.
    • De thoraxcompressies gaan ononderbroken door tot plaatsing SAD of tube.
    • De ambulance-eenheid zet een bacterie/virusfilter direct op het device (tube, SAD), nog vóór het inbrengen van het device.
    • Tijdens de plaatsing van de SAD of tube worden géén thoraxcompressies (manueel of mechanisch) toegepast.
    • First responders/burgerhulpverleners moeten hun handen/polsen kunnen desinfecteren.
    • First responders/burgerhulpverleners met vragen worden verwezen naar hun eigen organisatie.

    In het ALS-handelingsschema reanimatie volwassene COVID-19 met VLPA (19 juni 2020) vind je hiervan een duidelijk stappenplan.

    Versie: 12 oktober 2020.

4. LPA

  •   4.1 Is het zinvol om het LPA protocol 7.4 Astma bronchiale/exacerbatie COPD in te zetten bij een COVID-19 verdenking met dyspneu?

    Het huidige LPA-beleid is besproken met de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose. Corticosteroïden zijn een bewezen behandeling voor acute astma bronchiale/exacerbatie COPD. Dit ziektebeeld is duidelijk anders dan een pneumonie door een corona-besmetting. Het LPA protocol 7.4 wordt NIET aangepast om daarmee ook voor COVID-patiënten toepasbaar te maken. Een exacerbatie COPD/astma bronchiale wordt op de normale wijze behandeld. Voor de dyspneuklachten die veroorzaakt worden door COVID-19 zijn in de ambulancezorg geen nieuwe behandelingen. Blijf handelen conform het LPA 8.1.

  •   4.2 In de verschillende communicatiekanalen zien we dat RAV-en eigen beleid in zetten, buiten bijvoorbeeld het LPA. Dat mag toch in deze bijzondere omstandigheden?

    Het LPA is sectoraal vastgesteld beleid, zowel de leden van AZN (RAV-bestuurders) als de NVMMA en V&VNAZ hebben hier mee ingestemd. Uitgangspunt is dat alle RAV-en allemaal het zelfde doen. In de huidige bijzondere omstandigheden (b)lijkt het vastgesteld beleid soms niet meer passend. Waarbij men zich moet realiseren dat niet het regionaal ziekenhuis beleid leidend is, doch de sectorale afspraken.

    Als een RAV van het vastgestelde beleid wil afwijken is het van belang om in de ROAZ aan te gegeven dat het niet mogelijk is om goede ambulancezorg te leveren volgens de vastgestelde kaders. Daarmee kan het ROAZ meedenken in mogelijke aanpassingen in de keten. Dit kan ook gaan over het anders inzetten van de zorg-, laag- of middencomplexe ambulance, door deze bijvoorbeeld geplande ritten toe te wijzen waardoor zij stabiele bewezen COVID-19 patiënten in strikte isolatie mogen vervoeren. Een aanvullende afspraak daarbij zou kunnen zijn dat de EWS score ruimer wordt toegepast. Door dit in het ROAZ in te brengen, volgt de RAV de juiste route.

5. MELDKAMER

  •   5.1 De LCI-richtlijn spreekt over COVID-19 klachten en noemt dan hoesten, kortademigheid en koorts of koortsig gevoel bij ouderen. Welke klachten kunnen we nog meer verwachten?

    Een breed palet aan klachten wordt gemeld bij COVID-19 patiënten, waaronder koorts, koude rillingen, hoesten, algehele malaise, vermoeidheid, algehele pijnklachten, oculaire pijn, spierpijn, hoofdpijn, keelpijn, buikpijn, pijn bij de ademhaling, duizeligheid, neusverkoudheid, kortademigheid, schorre stem, prikkelbaarheid/verwardheid/delier, anorexie/verlies van eetlust, diarree, overgeven, misselijkheid, hyposmie/anosmie, dysgeusie/ageusie, conjuctivitis en verschillende huidafwijkingen. De frequentie waarin deze symptomen worden gemeld wisselt sterk per type cohort.

    Concluderend na onderzoek, zie de onderbouwing bij de symptomatologie COVID-19, zijn niet alleen de klassieke luchtwegklachten die bij ernstig zieke COVID-19 patiënten gemeld worden typerend voor het ziektebeeld COVID-19. Doch COVID-19 kenmerkt en onderscheidt zich ook op basis van niet-respiratoire symptomen: anosmie/ageusie, spierpijn, oculaire pijn, algehele malaise, hoofdpijn, vermoeidheid, verminderde eetlust/anorexie, diarree en koorts. De symptomen anosmie/ageusie en koorts zijn daarbij in alle studies onderscheidend, daarnaast wordt ook spierpijn, vermoeidheid en anorexie/verminderde eetlust genoemd.

    Dat het scala aan mogelijke klachten zo breed is, maakt het enorm complex voor de triage. Zowel op de MKA als voor de rijdienst. Bij twijfel laagdrempelig inzetten op “ onbekend of onduidelijk”, zoals in het LPA COVID-19 protocol is opgenomen.

    Zie ook:

    Versie:  29 mei 2020

     

Voor ambulancezorgverleners met vragen over het coronavirus en het te volgen beleid: contact de medisch manager(s) ambulancezorg van uw RAV.