Nieuwe coronavirus en covid-19

In de regio Wuhan in China startte in december 2019 een uitbraak van een nieuw coronavirus, ook wel SARS-CoV-2 genoemd. Het virus kan de ziekte COVID-19 veroorzaken. De meeste patiënten met dit virus hebben koorts en luchtwegklachten. COVID-19 is een meldingsplichtige ziekte groep A.

Coronavirussen veroorzaken respiratoire infecties bij mensen en dieren. Het is vooralsnog niet duidelijk wat het complete spectrum aan symptomen is dat behoort bij de manifestatie van dit nieuwe virus. Mens-op-mens transmissie is gemeld onder ziekenhuis- of gezinscontacten. Naar verwachting zijn dieren de bron van dit virus, maar welke dieren dit zijn is tot op heden nog niet bekend, daardoor heeft men de bron nog niet kunnen elimineren. Op 30 januari 2020 heeft de World Health Organization (WHO) de uitbraak tot een internationale bedreiging voor de volksgezondheid uitgeroepen.

Mensen met het nieuwe coronavirus hebben een longontsteking, klachten van de longen en/of luchtwegen en zijn kortademig. Ook hebben ze koorts. Sommige oudere patiënten hebben een koortsig gevoel zonder daadwerkelijke verhoging.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) stelt voor Nederland de casusdefinities ‘verdacht geval’ en ‘bewezen geval’ op en actualiseert deze definities als daar aanleiding voor is. Nederlandse (infectieziekte)artsen worden door het RIVM geïnformeerd over de laatste stand van zaken en de ontwikkelingen rond het nieuwe coronavirus. Ook Ambulancezorg Nederland wordt geïnformeerd. Zo zijn door het RIVM landelijke afspraken gedeeld over de persoonlijke beschermingsmiddelen die binnen de ambulancezorg gebruikt moeten worden in het geval er een mogelijk met het coronavirus patiënt zich voordoet. Deze informatie wordt na afstemming met de commissie patiëntenzorg van de Nederlandse Vereniging van Medisch Managers Ambulancezorg (NVMMA) gedeeld met alle medisch managers ambulancezorg. Iedere regionale ambulancezorgverlening (RAV) heeft een of meerdere medisch managers. Zij zijn binnen de RAV het aanspreekpunt over het coronavirus.

Besmettingen in Nederland

Sinds 27 februari jl. zijn er bevestigde besmettingen in Nederland. De actuele stand is te raadplegen op de RIVM-pagina Actueel.

Vraag & antwoord

Disclaimer: De antwoorden op gestelde vragen zijn met grote zorgvuldigheid samengesteld. In de huidige crisissituatie wijzigen richtlijnen en inzichten echter voortdurend. Houd hier rekening mee en check dit zo nodig. We stellen het op prijs als je AZN via info@ambulancezorg.nl informeert bij (mogelijke) onjuistheden.

1. ALGEMEEN

2. INFECTIEPREVENTIE

3. REANIMATIE

  •   Wat is het beleid voor ambulance-eenheden die ter plaatse komen bij een reanimatiemelding bij een persoon die COVID-19 positief is of een sterke verdenking daarop heeft?

    Iedere ambulancezorgverlener moet op de hoogte zijn van het aangepaste beleid voor first responders en van het actuele COVID-19 protocol:

    • Van de (BLS) handelingen kijken, luisteren en voelen zijn luisteren en voelen niet goed uitvoerbaar in pbm, deze vervallen daarom. Kijken blijft wel mogelijk.
       
    • Nadat de ALS-eenheid de reanimatie heeft overgenomen: first responders op afstand >1,5 meter. 
       
    • Masker/ballon beademingen wordt niet toegepast.
       
    • Ritmecheck zo spoedig mogelijk uitvoeren.
       
    • Thoraxcompressie ononderbroken tot plaatsing SAD of tube. Tijdens plaatsing SAD of tube géén thoraxcompressies (manueel of mechanisch) toepassen.
       

    • Zet een bacterie/virusfilter direct op je device (tube, SAD) vóór het inbrengen van het device.
       

    • Tijdens plaatsing SAD of tube géén thoraxcompressies (manueel of mechanisch) toepassen.
       

    • Organiseer dat first responders hun handen/polsen kunnen desinfecteren.
       

    • Verwijs first responders met vragen naar hun eigen organisatie.

    Het LPA protocol 5.2 reanimatie is onveranderd.

  •   Hartslag.Nu roept geen burgerhulpverleners boven de 50 jaar meer op. Is dit nu ook de richtlijn voor politie en brandweer?

    Het NRR-advies is geschreven voor de vrijwillige first responders zoals de burgerhulpverleners van Hartslag.Nu en voor professionele first responders, zoals brandweer en politie. Zoals Hartslag.Nu het beleid voor de haar vrijwilligers heeft aangepast, zal Brandweer Nederland en Politie Nederland dit zelf ook voor hun medewerkers moeten bepalen. Hier speelt ook een Arbo-component mee.

  •   Waar houdt een MKA-centralist rekening mee bij een reanimatie-melding?

    Iedere ambulancezorgverlener, dus ook de MKA-centralist, moet op de hoogte zijn van het aangepaste beleid voor first responders. De meldersinstructie op de meldkamer moet hierop aangepast worden. NTS-meldkamers kunnen dit zelf organiseren. Voor ProQA-meldkamers wordt dit landelijk gecoördineerd.

    Qua meldersinstructie op de meldkamer ambulancezorg:

    • er wordt geen instructie meer wordt gegeven om te beademen, tenzij het om een pasgeborene, baby of kind gaat;
       
    • indien uit de uitvraag blijkt dat het slachtoffer COVID-19 positief is of sterke verdenking daarop heeft, omvat de meldersinstructie alleen nog het gebruik van de AED; informeer de melder dat hij de first responders bij het ter plaatse komen direct er op moet wijzen dat er sprake is van den (mogelijke) COVID-19 besmetting;
       
    • indien omstanders de wens uiten wel volledige BLS te willen toepassen, dan wordt de meldersinstructie gegeven zoals in normale omstandigheden gegeven zou worden. Dit laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn indien het een gezinslid betreft, of indien bekend is dat zowel het slachtoffer als de omstander besmet zijn.
  •   In het NRR advies over het inzetten van first responders spreekt men over volwassenen zonder duidelijke of bewezen infectie, en over personen met een COVID-19 positief of sterke verdenking. Hoe zit dit?

    Je spreekt over volwassenen zonder duidelijke of bewezen infectie wanneer het personen zijn zonder klachten die bij COVID-19 horen. In lijn met de LCI COVID-19 richtlijn zijn dit hoesten OF kortademigheid OF koorts OF (bij ouderen) koortsig gevoel. In het LPA protocol COVID-19 kun je dit terug vinden. Deze klachten mogen dus NIET aanwezig zijn.

    Inzet:

    • burgerhulpverleners en first-responders, geen mond-op-mond beademing, wel borstcompressies, wel gebruik AED.

    Je spreekt over personen die COVID-19 positief zijn of sterke verdenking daarop hebben indien het gaat om iemand met een positieve laboratoriumtest of met COVID-19 klachten in lijn met de LCI COVID-19 richtlijn: hoesten OF kortademigheid OF koorts OF (bij ouderen) koortsig gevoel. Klinische ervaring leert dat ook de overige klachten die benoemd staan in het VLPA Protocol COVID 19, zoals gastro-intestinaal, moeheid en algeheel malaise, vaker kunnen duiden op een COVID-19 infectie. Zie ook de vraag “De LCI-richtlijn spreekt over COVID-19 klachten en noemt dan hoesten, kortademigheid en koorts of koortsig gevoel bij ouderen. Welke klachten kunnen we nog meer verwachten?” De groep personen die COVID-19 positief zijn of sterke verdenking daarop hebben zal in de komende weken vermoedelijk steeds groter worden.

    Inzet:

    • instrueer de melder om de first responders bij aankomst direct te wijzen op sterke verdenking of bewezen COVID-19 besmetting zodat er niet gestart wordt met borstcompressies (voor politie/brandweer op meldkamer in kladblok plaatsen);
       
    • inzet burgerhulpverleners en first-responders, geen mond-op-mond beademing, geen borstcompressies, wel gebruik AED.

    Voor kinderen, baby’s, en pasgeborenen is het beleid qua inzet van first responders ongewijzigd.

4. LPA

  •   Is het zinvol om het LPA protocol 7.4 Astma bronchiale/exacerbatie COPD in te zetten bij een COVID-19 verdenking met dyspneu?

    Het huidige LPA-beleid is besproken met de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose. Corticosteroïden zijn een bewezen behandeling voor acute astma bronchiale/exacerbatie COPD. Dit ziektebeeld is duidelijk anders dan een pneumonie door een corona-besmetting. Het LPA protocol 7.4 wordt NIET aangepast om daarmee ook voor COVID-patiënten toepasbaar te maken. Een exacerbatie COPD/astma bronchiale wordt op de normale wijze behandeld. Voor de dyspneuklachten die veroorzaakt worden door COVID-19 zijn in de ambulancezorg geen nieuwe behandelingen. Blijf handelen conform het LPA 8.1.

  •   In de verschillende communicatiekanalen zien we dat RAV-en eigen beleid in zetten, buiten bijvoorbeeld het LPA. Dat mag toch in deze bijzondere omstandigheden?

    Het LPA is sectoraal vastgesteld beleid, zowel de leden van AZN (RAV-bestuurders) als de NVMMA en V&VNAZ hebben hier mee ingestemd. Uitgangspunt is dat alle RAV-en allemaal het zelfde doen. In de huidige bijzondere omstandigheden (b)lijkt het vastgesteld beleid soms niet meer passend. Waarbij men zich moet realiseren dat niet het regionaal ziekenhuis beleid leidend is, doch de sectorale afspraken.

    Als een RAV van het vastgestelde beleid wil afwijken is het van belang om in de ROAZ aan te gegeven dat het niet mogelijk is om goede ambulancezorg te leveren volgens de vastgestelde kaders. Daarmee kan het ROAZ meedenken in mogelijke aanpassingen in de keten. Dit kan ook gaan over het anders inzetten van de zorg-, laag- of middencomplexe ambulance, door deze bijvoorbeeld geplande ritten toe te wijzen waardoor zij stabiele bewezen COVID-19 patiënten in strikte isolatie mogen vervoeren. Een aanvullende afspraak daarbij zou kunnen zijn dat de EWS score ruimer wordt toegepast. Door dit in het ROAZ in te brengen, volgt de RAV de juiste route.

5. MELDKAMER

Voor ambulancezorgverleners met vragen over het coronavirus en het te volgen beleid: contact de medisch manager(s) ambulancezorg van uw RAV.

Meer informatie over het coronavirus:

Hygiënerichtlijn voor de ambulancezorg