Medische dossiers zijn vaak incompleet en dat kan gevaarlijke gevolgen hebben, concludeerde de IGZ onlangs. Maar hoe weet je of er iets mist? Met de EPD-scan: een nieuw meetinstrument, dat onder andere in Twente wordt ingezet om de dossiervoering te verbeteren.
Het IGZ-rapport over ICT in de zorg concludeerde onder meer dat medische dossiers vaak niet op orde zijn en dat dit tot gevaarlijke situaties kan leiden. Het medicatiedossier is bijvoorbeeld niet altijd volledig en up-to-date, diagnoses worden niet altijd op een standaard manier vastgelegd of allergieën voor bepaalde geneesmiddelen blijken niet geregistreerd te worden.
Maar hoe weet je of een dossier op orde is? Je ziet immers niet wat er niet is geregistreerd. Als in het dossier van een patiënt niet staat dat deze allergisch is voor bepaalde geneesmiddelen, dan kan dat van alles betekenen: dat de patiënt niet allergisch is, dat de arts niet op de hoogte is van de allergie, of dat de arts wel op de hoogte is, maar dit niet of op de verkeerde plek heeft geregistreerd, wat overigens in de praktijk meestal op hetzelfde neerkomt omdat de informatie dan niet terug te vinden is.
Benchmark
Het is nogal omslachtig om van elke patiënt door middel van lichamelijk onderzoek of vragenlijsten na te gaan of deze een geneesmiddelallergie heeft en vervolgens te kijken of die allergie geregistreerd is. Dergelijke controles kunnen hooguit steekproefsgewijs worden uitgevoerd. Wat wel kan is het aantal te verwachten allergieën, op basis van de omvang en samenstelling van de patiëntenpopulatie van een arts, vergelijken met die van andere artsen. Benchmarking dus. Zo kan een inschatting worden gemaakt van wat er niet in het dossier geregistreerd is. Een dergelijk meetinstrument is ontwikkeld door Nivel, het NHG en onderzoeksinstituut IQ healthcare: de EPD-scan.1 Het instrument is gebaseerd op de NHG-richtlijn Adequate dossiervorming met het Elektronisch medisch Dossier en de Richtlijn gegevensuitwisseling huisarts-centrale huisartsenpost.2 3 De EPD-scan omvat onder meer indicatoren voor de volledigheid van de diagnosecodering, het werken met ziekte-episodes, actualiteit van het medicatiedossier en medicatieveiligheid. Hieronder nemen we de indicator voor het registreren van geneesmiddelallergieën als voorbeeld uit de laatste categorie.
Benchmark
Het is nogal omslachtig om van elke patiënt door middel van lichamelijk onderzoek of vragenlijsten na te gaan of deze een geneesmiddelallergie heeft en vervolgens te kijken of die allergie geregistreerd is. Dergelijke controles kunnen hooguit steekproefsgewijs worden uitgevoerd. Wat wel kan is het aantal te verwachten allergieën, op basis van de omvang en samenstelling van de patiëntenpopulatie van een arts, vergelijken met die van andere artsen. Benchmarking dus. Zo kan een inschatting worden gemaakt van wat er niet in het dossier geregistreerd is. Een dergelijk meetinstrument is ontwikkeld door Nivel, het NHG en onderzoeksinstituut IQ healthcare: de EPD-scan.1 Het instrument is gebaseerd op de NHG-richtlijn Adequate dossiervorming met het Elektronisch medisch Dossier en de Richtlijn gegevensuitwisseling huisarts-centrale huisartsenpost.2 3 De EPD-scan omvat onder meer indicatoren voor de volledigheid van de diagnosecodering, het werken met ziekte-episodes, actualiteit van het medicatiedossier en medicatieveiligheid. Hieronder nemen we de indicator voor het registreren van geneesmiddelallergieën als voorbeeld uit de laatste categorie.
Bewustwording
De EPD-scan berekent het percentage patiënten met een allergie in een praktijk, gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht. Dit percentage wordt vergeleken met dat van alle andere praktijken. Bij andere indicatoren kan een andere benchmark worden gekozen. Bij de volledigheid van diagnose-informatie bijvoorbeeld, kan een bepaald minimumpercentage ziekte-episodes worden afgesproken dat volgens de richtlijn is geregistreerd.
Geneesmiddelallergie per praktijk Percentage patiënten bij wie een geneesmiddelallergie of -intolerantie is geregistreerd, gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht. Ieder staafje vertegenwoordigt een praktijk. De kleuren vertegenwoordigen verschillende HIS-sen. (Khan et al, 2011). De figuur toont op praktijkniveau het percentage patiënten bij wie een geneesmiddelallergie is geregistreerd in honderd huisartsenpraktijken in de regio Twente, uitgesplitst naar Huisarts Informatie Systeem (HIS).4 Gemiddeld is er bij ongeveer 7 procent van de praktijkpopulatie een geneesmiddelallergie geregistreerd. Er zijn praktijken waar zelden of nooit een geneesmiddelallergie wordt vastgelegd, althans op de daarvoor bestemde plek, en er zijn praktijken waar dat bij meer dan 15 procent van de praktijkpopulatie het geval is. Het is niet bekend hoe hoog het percentage patiënten met een allergie in werkelijkheid is, maar het belangrijkste is om praktijken aan het denken te zetten over hun manier van registreren. Om die bewustwording te bewerkstellingen krijgen huisartsen feedback via het portal www.nivel.nl/mijnpraktijk, waarbij de score van de eigen praktijk met een afwijkende kleur zichtbaar is temidden van de scores van alle andere praktijken. Met name artsen bij wie het geregistreerde aantal patiënten sterk onder het gemiddelde ligt, zullen zich de vraag moeten stellen wat hiervan de oorzaak is. Is er werkelijk sprake van een geringer (of juist groter) aantal patiënten met een allergie, moet ik er misschien vaker bij patiënten naar informeren, of registreer ik allergiegevallen niet of niet op een gestructureerde manier?
Tweede meting
De EPD-scan wordt dit najaar ingezet in de regio Twente om de kwaliteit van dossiers wederom te meten. Via een vragenlijst wordt daarnaast nagegaan wat praktijken hebben gedaan om de dossiervoering op een hoger peil te krijgen. Vergelijking tussen de twee metingen moet zichtbaar maken in hoeverre er verbetering is gerealiseerd en welke factoren daaraan hebben bijgedragen. In de eerste meting kwamen soms grote verschillen tussen huisarts informatiesystemen naar voren. Ook die zullen nader worden onderzocht. De eerste resultaten van die tweede meting zullen in het voorjaar van 2012 worden gepubliceerd.
Op dit moment staan EPD-scans op stapel voor enkele honderden praktijken in Nederland en er zijn plannen om dit landelijk mogelijk te maken.De EPD-scan berekent het percentage patiënten met een allergie in een praktijk, gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht. Dit percentage wordt vergeleken met dat van alle andere praktijken. Bij andere indicatoren kan een andere benchmark worden gekozen. Bij de volledigheid van diagnose-informatie bijvoorbeeld, kan een bepaald minimumpercentage ziekte-episodes worden afgesproken dat volgens de richtlijn is geregistreerd.
Geneesmiddelallergie per praktijk Percentage patiënten bij wie een geneesmiddelallergie of -intolerantie is geregistreerd, gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht. Ieder staafje vertegenwoordigt een praktijk. De kleuren vertegenwoordigen verschillende HIS-sen. (Khan et al, 2011). De figuur toont op praktijkniveau het percentage patiënten bij wie een geneesmiddelallergie is geregistreerd in honderd huisartsenpraktijken in de regio Twente, uitgesplitst naar Huisarts Informatie Systeem (HIS).4 Gemiddeld is er bij ongeveer 7 procent van de praktijkpopulatie een geneesmiddelallergie geregistreerd. Er zijn praktijken waar zelden of nooit een geneesmiddelallergie wordt vastgelegd, althans op de daarvoor bestemde plek, en er zijn praktijken waar dat bij meer dan 15 procent van de praktijkpopulatie het geval is. Het is niet bekend hoe hoog het percentage patiënten met een allergie in werkelijkheid is, maar het belangrijkste is om praktijken aan het denken te zetten over hun manier van registreren. Om die bewustwording te bewerkstellingen krijgen huisartsen feedback via het portal www.nivel.nl/mijnpraktijk, waarbij de score van de eigen praktijk met een afwijkende kleur zichtbaar is temidden van de scores van alle andere praktijken. Met name artsen bij wie het geregistreerde aantal patiënten sterk onder het gemiddelde ligt, zullen zich de vraag moeten stellen wat hiervan de oorzaak is. Is er werkelijk sprake van een geringer (of juist groter) aantal patiënten met een allergie, moet ik er misschien vaker bij patiënten naar informeren, of registreer ik allergiegevallen niet of niet op een gestructureerde manier?
Tweede meting
De EPD-scan wordt dit najaar ingezet in de regio Twente om de kwaliteit van dossiers wederom te meten. Via een vragenlijst wordt daarnaast nagegaan wat praktijken hebben gedaan om de dossiervoering op een hoger peil te krijgen. Vergelijking tussen de twee metingen moet zichtbaar maken in hoeverre er verbetering is gerealiseerd en welke factoren daaraan hebben bijgedragen. In de eerste meting kwamen soms grote verschillen tussen huisarts informatiesystemen naar voren. Ook die zullen nader worden onderzocht. De eerste resultaten van die tweede meting zullen in het voorjaar van 2012 worden gepubliceerd.
