Introductie


Werken

Het werk in de ambulancezorg is gebaseerd op een specifieke manier van medisch-verpleegkundig handelen. Patiënten, soms wel en soms niet in levensgevaar, ontvangen van het ambulanceteam de zorg die ze nodig hebben. Dat team bestaat uit een verpleegkundige en een chauffeur. Zij krijgen aanwijzingen over waar ze moeten zijn en wat er aan de hand is van de verpleegkundig centralist van de Meldkamer Ambulancezorg (MKA).
 
Omdat snelheid en zorgvuldigheid belangrijk zijn werken zorgverleners aan de hand van overzichtelijke richtlijnen, protocollen en handelingsschema’s. Die zijn binnen de ambulancesector ontwikkeld. Externe experts (artsen, specialisten, verpleegkundigen en verzorgenden) hebben ermee ingestemd. De protocollen, richtlijnen en handelingsschema’s worden elke drie jaar geëvalueerd en aangepast aan de actualiteit in wetenschap, zorg, vervoer en verkeer. Bovendien vormen ze hét uitgangspunt voor opleiding en nascholing, training van docenten en ontwikkeling van leermiddelen en examens.
 

Leren

Het volgen en succesvol afronden van een functieopleiding is voorwaarde voor het uitoefenen van het ambulancevak. Jaarlijks worden er ongeveer 240 ambulanceverpleegkundigen, ambulancechauffeurs en verpleegkundig centralisten opgeleid. Na diplomering krijgt een ambulancezorgverlener met permanente nascholing te maken om voldoende bekwaam en competent te blijven. Jaarlijks zijn er daardoor ongeveer 3800 mensen een aantal dagen in training.
 
De landelijke opleidingen duren vier tot zes maanden. De Ambulance Academie in Lelystad biedt de faciliteiten van een trainingscentrum waar zowel binnen als buiten activiteiten kunnen plaatsvinden. Iemand die aan de opleiding begint is in dienst van een ambulanceorganisatie. Een lesgroep bestaat uit ongeveer 12 leerlingen. Docenten komen uit de praktijk en hebben een specifieke aanvullende opleiding gevolgd.