Uitkomsten onderzoek


Doel van de  uitgevoerde inventarisatie onder huisartsenposten en RAV-en  was inzicht krijgen in de mate waarin samengewerkt wordt. Dat maakt het mogelijk om op beleidsniveau een agenda voor de toekomst te maken en op basis daarvan in gesprek te gaan met andere ketenpartners. Ook worden regio’s handreikingen gedaan om de samenwerking verder te concretiseren, door middel van een informatiebijeenkomst en een handboek.


De bureaus van VHN en AZN hebben veel reacties op de enquête ontvangen. Naast antwoorden op de vragen zijn 111 documenten ingestuurd. Alle RAV-en hebben gereageerd en 44 van de 48 huisartsendienstenstructuren die met elkaar 110 van de 126 huisartsenposten dekken.

Telefonische contacten
Het overgrote deel van de huisartsenposten heeft afspraken gemaakt met de RAV over het via de telefoon overdragen van patiënten. Datzelfde geldt voor de RAV-en. Ongeveer de helft van de organisaties heeft afspraken over wanneer de patiënt precies is overgedragen, maar die staan nog niet altijd op papier.


Logistiek en rijden
Kan er een huisartsauto rijden na een 112-melding?
Ja, zeggen bijna alle huisartsenposten. Vertrekt de ambulance, in voorkomend geval, na een melding bij de HAP? Altijd, geven de RAV-en aan. Op de vraag of dat in de praktijk knelpunten oplevert antwoordt een, zij het substantiele, minderheid van de huisartsenposten en de RAV-en bevestigend.

Verantwoordelijkheidsverdeling
De helft van de huisartsenposten geeft aan dat er afspraken zijn over hoe de verantwoordelijkheden liggen als de huisarts en het ambulanceteam gelijktijdig bij een patiënt zijn. Voor de RAV-en ligt dat percentage hoger. Over de overdracht zijn er afspraken bij de meerderheid van de organisaties, maar ook die staan lang niet altijd op papier.

Informatie-uitwisseling
Vragen huisartsenpost en RAV gegevens bij elkaar op over een patiënt of melding? Ja, zegt een (ruime) meerderheid van beide organisaties. Afspraken daarover staan in een beperkt aantal gevallen op papier. Meer dan de helft van de huisartsenposten en bijna alle RAV-en vraagt hiervoor nooit toestemming aan de patiënt.

Eerste conclusies
Er wordt in de praktijk al veel samengewerkt. De afspraken daarover blijken heel divers en staan maar gedeeltelijk op papier. Er is grote variatie in de inhoud van afspraken en de praktische werkwijze. Veel huisartsenposten en RAV-en hebben een gezamenlijke visie op samenwerking, maar ook deze is vaak niet vastgelegd.