FAQ

Diazepam vervangen door midazolam

Waarom is diazepam vervangen door midazolam?


Er was veel vraag naar een nieuwer alternatief voor de diazepam, dat in de kliniek bijna geheel is vervangen door midazolam.
Die vraag wordt ingegeven door een algemene trend naar specifieke, krachtige en kortwerkende middelen, leidend tot een beter stuurbaar effect.
Midazolam heeft zeker voordelen, zoals de vele toepassingsvormen: im; iv; rectaal; buccaal; per os en alles vanuit dezelfde ampul.
Midazolam wordt gekenmerkt door een niet pijnlijke injectie en heeft een snelle inwerktijd. Door de kortere werkingsduur is de patient in het ziekenhuis weer eerder goed te beoordelen.
Met name cardiologen hebben geklaagd over het gebruik van diazepam bij pijn op de borst en angst (als alternatief aangeboden toen thalmonal-droperidol uit de handel werd genomen) omdat ze welhaast verplicht waren die duffe patienten op te nemen terwijl men al lang had vastgesteld dat het geen cardiale casus was.
Het korter werkende midazolam heeft deze bij-effecten niet.
Nog meer uitgesproken bij eventuele herhalingsdoseringen wreekt zich de lange halfwaarde van diazepam (20-48 uur!) vergeleken met midazolam (1,5-2,5 uur!)
Ook neurologen onderschreven dit bezwaar van diazepam bij hen aangeboden patiënten.
Wat de therapeutische breedte betreft geldt dat voor diazepam bij acute toestanden waarvoor anxiolyse nodig is 0,1-0,2 mg/kg aanbevolen wordt, zo nodig na 8 uur te herhalen; voor midazolam geldt een i.v oplaaddosis van 0,03-0,3 mg/kg, titreren tot het gewenste sedatie niveau. Dus direct ophogen tot voldoende effect (met de 0,03 mg/kg als startdosering en 0,3 mg/kg als gebruikelijke max. dosering) Dus daarmee is de praktische hanteerbaarheid van midazolam veel beter: je kunt doseren tot het gewenste effect bereikt is, en bij diazepam moet je veel langer afwachten voor je mag herhalen. Dat is dus in de ambulancezorg een groot voordeel.
Een relatief nadeel van midazolam is dat het in combinatie met opiaten vaak aanleiding geeft tot ademdepressie; ook in combinatie met alcohol wordt dit waargenomen. Daarom wordt binnen de ambulancezorg een relatief lage begindosering geadviseerd, zo nodig op te hogen.
Kinderen zijn relatief weinig gevoelig (dus hoog doseren) en bejaarden vaak extra gevoelig (dus laag doseren).
Altijd de ademhaling bewaken. Overigens geldt voor midazolam en voor diazepam dat de ademdepressieve risico's vergelijkbaar zijn van aard, en dat deze voor bekwame ambulanceverpleegkundigen (onder de gebruikelijke voorzorgen) het gebruik verantwoord is.

Slaapmiddelen (antagonist benzodiazepine)

Kan anexate worden toegediend als antagonist van benzodiazepine?


In LPA-7 is anexate niet opgenomen als antagonist van benzodiazepine.
Intoxicaties met benzodiazepines zijn in de praktijk vaak gecombineerd met alcohol of andere middelen zoals antidepressiva. Antagoneren van enkel een benzodiazepine kan het negatief effect van andere gebruikte middelen versterken. Als voorbeeld kan na antagoneren van benzodiazepine het convulsieve en aritmogene effect van antidepressiva acuut optreden omdat het beschermend effect van de benzodiazepine is weggevallen. Ook een acuut ontrekkingssyndroom van benzodiazepine, maar ook van andere middelen waaronder ook alcohol, kan optreden.
Het antagoneren van één middel levert bij combinatiegebruik van middelen onvoorspelbare interacties op die klinisch beter gecontroleerd kunnen worden.

Shock kind

Shock bij kinderen wordt gerelateerd aan trauma of non-trauma. Voor deze oorzaken van shock bestaat ook onderscheid in volumetherapie. Met welke reden wijkt volumetherapie bij shock tgv trauma af?


Bij shock door trauma wordt de vochtbolus in kleinere etappes (10 ml/kg/keer) gegeven om te voorkomen dat door een plotselinge snelle vulling bestaande vasoconstrictie en stolselvorming wordt tegengegaan en aldus de bloeding toeneemt.

Astma Bronchiale; Salbutamol (kinderdosering)

Is kinderdosering salbutamol in protocol astma bronchiale kind juist?


De internationale literatuur is niet eenduidig in een doseringsvoorschrift salbutamol verneveling bij acuut astma. Derhalve bestaat er geen overtuigend bewijs (evidence level 3-4) t.a.v dosering salbutamol.
Een in 2004 geformuleerde expert opinion van de Expert Committee SHK (Stichting Spoedeisende Hulp bij Kinderen) bevestigt een verantwoord gebruik van combivent conform LPA 6 voor doseringen salbutamol en ipratropiumbromide bij kinderen. (expert opinion, level 4)
De kinderdoseringen zijn gebaseerd op de doseringsrichtlijn conform de PALS / APLS. Ook dit doseringsschema is in 2006 geaccordeerd door de SHK.

Hyperthermie

Waarom wordt bij heatstroke een waakinfuus gegeven i.t.t. andere verschijningsvormen van hyperthermie?


Bij heatstroke bestaat er een labiele elektrolytbalans. Hierbij een verhoogd risico op hypokaliemie en Na-disbalans. Ongecontroleerde volumetherapie kan deze elektrolytstoornis induceren dan wel versterken met o.a. verhoogde kans op hersenoedeem. De volumesuppletie dient derhalve klinisch, op geleide van de elektrolytstatus, plaats te vinden. Voor de andere vormen van hyperthermie is dit risico niet, of in mindere mate van betekenis.

Tandletsel

Waarom worden er geen contra-indicaties voor het terug plaatsen van gebitsfragmenten in dit protocol vermeld. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan GCS van de patient.


Het protocol Tandletsel is van toepassing op een specifiek probleem waarvoor indicatie tot behandeling bestaat.
Dit item behoort echter niet tot de primary survey waarbinnen elementaire, vitale beoordeling en behandeling plaatsvindt van inadequate/instabiele ABCD condities.
In het gepresenteerde voorbeeld wordt vanzelfsprekend prioriteit gegeven aan het behoud van een vrije luchtweg bij gedaalde GCS en wordt een tandletsel van ondergeschikt belang.
Er wordt uitgegaan van basisbekwaamheid bij toepassing van een dergelijk protocol.

Xylomethazoline

Bij een neusbloeding van een kind van 2-6 wordt een lagere sterkte gebruikt. Dat betekent dat we dus twee verschillende sterktes in de voorraad nodig hebben voor de neusbloeding non-trauma, hoewel er geen apart protocol is voor de neusbloeding bij kinderen.


De uitvoering van het protocol neusbloeding is identiek voor kinderen. De dosering is voor kinderen van 2-6 jaar lager. De regio moet zelf bepalen of er voor (deze uitzonderlijke) situaties bij kinderen een aparte sterkte wordt aangeschaft.

Hyperventilatie

Wordt bij een patient bekend met hyperventilatie onderzoek achterwege gelaten?


Dit protocol is van toepassing voor uitsluiting van primaire oorzaken van hyperventilatie. Een patiënt bekend met het HVS, een medisch gestelde diagnose, is bekend met recidief, gerelateerde klachten van hyperventilatie. Als de klachten herkenbaar zijn kan redelijkerwijs worden volstaan met het resultaat van rebreathing na 15 minuten. Na 15 minuten klachtenvrij, sluit primaire vormen van hyperventilatie verantwoord uit.

De ventilatie kan (acuut) toenemen op basis van een onderliggende stoornis. Het is van belang deze vorm van secundaire hyperventilatie tijdig te onderkennen en aan te bieden voor klinische behandeling. Het protocol geeft een aantal belangrijke stoornissen ter overweging.
Mogelijke oorzaken van secundaire hyperventilatie (naar ABCD-indeling):
A: luchtwegobstructie
B: hypoxie, astma bronchiale, longembolie, pneumonie, anafylactische reactie
C: astma cardiale, AP, AMI, shock
D: CVA, SAB, hersentrauma
E: (keto)acidose*, dysglycaemie*, zwangerschap, koorts, intoxicatie, ernstige pijn.

Toelichting E
* keto-acidose: kan voorkomen bij normale glucosespiegel
* dysglycaemie: zowel hyperglycaemie als hypoglycaemie

Droperidol (1)

Geen Nederlandse registratie van Droperidol voor indicatie psychotische onrust? Is het desondanks verantwoord om Droperidol op te nemen in LPA7?


Dehydrobenzperidol voor intramusculaire injectie heeft een Nederlandse herregistratie verkregen sedert 2005 met RVG nummer 04749. (Geneesmiddelenrepertorium). Deze i.m. oplossing staat geregistreerd als antipsychoticum met agitatieremmende werking.
Het Farmacotherapeutisch Kompas daarentegen is geen registratiedocument. Hierin is droperidol enkel opgenomen als anti-emeticum voor i.v. toediening (waarbij het middel nog niet door de CFH is beoordeeld voor het Geneesmiddelen Vergoedings Systeem).
Aldus staat Droperidol wederom geregistreerd als antipsychoticum. Farmacologisch komt het overeen met haloperidol (LPA6) waarbij droperidol i.m. sneller werkzaam is, effectiever is in sedatieve werking en ook korter werkzaam is. Als bijwerking staat het arytmogene effect van zowel haloperidol als droperidol op de voorgrond, in het bijzonder in relatie met verlengd QT-interval.

Convulsies

Bij persisterende conculsies wordt eerst Midazolam toegediend en pas daarna wordt bloedsuiker gecontroleerd. Loop je bij deze volgorde niet het risico om iemand verkeerd te behandelen (je bestrijdt een forse hypo met dormicum maar niet de oorzaak).
Bovendien ga je vervoeren (je hebt Midazolam toegediend) terwijl je dat bij het corrigeren van een hypo vaak niet doet.


Een persisterende convulsie wordt inderdaad eerst symptomatisch behandeld waarbij de convulsie zo snel mogelijk moet worden gecoupeerd om veronderstelde, cerebrale schade te voorkomen. Daarna kan een mogelijke oorzaak zoals hypoglycaemie worden bepaald en behandeld.
Wanneer de patiënt niet bekend is met epilepsie zal altijd presentatie SEH plaatsvinden. Primaire behandeling van de hypoglycaemie en onthouden van Midazolam zou in geen geval presentatie op de SEH uitsluiten.

Brandwonden (hydrogel)

Is hydrogel niet beter dan water om te koelen omdat het ook antiseptische werking heeft?


Hydrogel is beter applicabel dan water en continu effectief tijdens transport. Voor de ambulancezorg ter plaatse is water echter eerste keuze voor koelen. De nadruk ligt in de acute fase niet op de antiseptische werking van hydrogel en zeker niet in verhouding tot (leiding)water.
Voor EHBO doeleinden volstaat waterkoeling dan ook prima. Het is niet de bedoeling dat nadat met water gekoeld is, vervolgens hydrogel wordt aangebracht. Wordt inplaats van water hydrogel gebruikt dan mag dat maximaal 30 minuten. Zowel met spoelen met water als bij het gebruik van hydrogel kan ernstige onderkoeling ontstaan.

Pijnbestrijding trauma

Waarom is ketanest niet aan gegeven als 3e stap in de pijnbestrijding na fentanyl?


Goede pijnbestrijding kan op meerdere manieren verkregen worden. In LPA is er voor gekozen niet meerdere middelen tegelijkertijd te geven.

(C)irculation kind

Welke - leeftijdsafhankelijke - tensies zijn acceptabel bij baby’s en kinderen als ondergrens voordat men gaat vullen?
Bij volwassenen is dit 90 mmHg.


Kinderen zijn in tegenstelling tot volwassenen lang in staat om bij een ontwikkelende shock hun bloeddruk normaal te houden. Gaat de bloeddruk dalen dan is er sprake van een zeer ernstige situatie en loopt men de kans achter de feiten aan te lopen.
De schock behandeling bij kinderen is onder andere gebaseerd op de polsfrequentie, capillaire refill, kleur van de huid (bleekheid), temperatuur extremiteiten en bewustzijn.
Bij veronderstelde hypovolemie op basis van meerdere indicatoren inadequate circulatie (zie Circulation kind) kan worden gestart met volumetherapie (zie Shock kind).

Duikletsel

Waarom geen trendelenburgligging bij barotrauma ter preventie van cerebrale luchtembolie?



De houding blijkt niet bepalend voor het optreden van cerebrale luchtembolie. De instructie voor trendelenburghouding ter preventie hiervan berust dan ook op een wijdverbreide misvatting.

IBS

Uitvoering van ambulancezorg in het kader van IBS.

  1. In geval van BPOZ-on line of dossierverzending per fax heeft de ambulanceverpleegkundige geen afschrift van de IBS ter controle. Bestaat hiertoe geen noodzaak?
  2. Kan de verpleegkundige de patiënt tegen zijn wil en zonder afschrift IBS in bewaring houden?


  1. De politie is formeel verantwoordelijk voor de uitvoering van de IBS. De IBS kan middels een procedure-afspraak deels door de MKA worden afgehandeld waarbij de MKA-centralist opdracht geeft op basis van een vooraf gecontroleerd verzoek door politie of GGZ. De ambulanceverpleegkundige kan dan zonder controle van een IBS afschrift overgaan tot behandeling en vervoer.
  2. In bewaring stellen is een verantwoordelijkheid van de politie. Ambulancezorg kan onderdeel zijn van deze procedure. Gedwongen behandeling en vervoer wordt dan uitgevoerd in het kader van de wet BPOZ, waarbij ambulancezorg wordt toegepast op indicatie van de (verwijzend) psychiater of andere arts.

Convulsies kind

Een kind van 10 jaar, 33 kilo met een convulsie, geef je 0,2 mg/kg maal 33= 6,6 mg buccaal of rectaal en 0,1 mg/kg maal 33= 3,3 mg iv/io als eerste gift. Bij een volwassene begin je met 2,5 mg i.v.
Dat betekent dus, dat een kind van deze leeftijd een hogere dosering krijgt, als een volwassene.
Waaarom wordt er er zo'n hoge dosering bij kinderen gegeven?


  1. Ook in de farmacotherapie geldt dat kinderen geen kleine volwassenen zijn. De farmacokinetiek en farmacodynamiek (verwerking van geneesmiddelen in het lichaam) is voor kinderen niet gelijk aan die van volwassenen. Voor midazolam b.v. bestaat bij jonge kinderen een kortere eliminatietijd (lees: snellere concentratiedaling) dan bij volwassenen. Op basis hiervan dient dus relatief hoger gedoseerd te worden. Voor een aantal geneesmiddelen bij kinderen zijn aldus specifieke doseringsschema's vastgesteld, niet direct afgeleid van volwassenen. Dat geldt ook voor midazolam.
  2. Bij kinderen wordt eerst gestart met mucosale toediening van midazolam en bij uitblijven resultaat stapsgewijs vervolgd met i.v. toediening. Hiermee wordt geleidelijk de concentratie verhoogd tot effect is bereikt. De dosering van 0,1mg/kg is dus een herhaal dosering immers het protocol is zo oopgebouwd dat met een mucosale of rectale dosering wordt begonnen. Bij volwassenen wordt direct i.v. gestart met een (relatief lagere i.v. dosis) en op geleide resultaat herhaald.
     

Hoog energetisch trauma

In LPA zijn criteria opgenomen van hoog-energetisch-trauma (HET). Hierin staan diverse verkeersdeelnemers omschreven echter geen fietser/bromfietser/scooter.


HET is een aanduiding van grote mechanische energieoverdracht of impact waarbij letsel kan worden verwacht. De term omvat inderdaad alleen indicatoren van grote energieoverdracht op basis van enkele, vooral herkenbare verkeersongevallen. De opsomming zou derhalve eindeloos uitgebreid kunnen worden met andere indicatoren van mechanische impact.
Het is een hulpmiddel om de impact van het ongeval in te kunnen schatten. Het zijn dus geen absolute criteria.

Convulsies

Convulsies dienen, conform LPA 7, m.b.v. Midazolam gecoupeerd te worden. Maximaal mag 10 mg i.v. gegeven worden.
In de praktijk komt het voor dat couperen met 10 mg niet lukt. Mag bij persisterende convulsies alsnog doorgaan worden met het toedienen van Midazolam?
In LPA 7 is echter geen Anexate (antagonist van Midazolam) opgenomen.


De maximale dosis midazolam voor persisterende convulsie is 10 mg. Bij hogere dosering neemt het gemiddelde risico op de bijwerking van ademdepressie toe. Onder pre-hospitale omstandigheden moet dit risico worden vermeden en vervolgbehandeling van persisterende convulsies klinisch gecontroleerd plaatsvinden.
Derhalve bestaat geen indicatie voor een antidotum als anexate (flumazenil) in de ambulancezorg.

Buikletsel

Bij een gesloten buikletsel (inwendige bloeding met inadequate circulatie) moet de verbindingslijn op 'scoop and run' uitkomen?


Het betreft buikletsel, in de titel niet nader omschreven. Een (stomp) buikletsel betekent niet exclusief inwendige bloeding met inadequate circulatie. Buikletsel zonder inwendige bloeding is evenwel mogelijk. Denk hierbij aan buikwandcontusie, darmperforatie en diafragmaruptuur.
De term - scoop and run - blijft gereserveerd voor die gevallen waarin een inwendige bloeding wordt verondersteld op basis van traumamechanisme (in elk geval perforerend letsel) en circulatieverschijnselen.

WK bevrijding en stabilisatie

Bij een besluit tot noodbevrijding (rapid extrication) wordt aangegeven het slachtoffer mbv bevrijdingsvest te fixeren. Het aanbrengen van een KED/OSS II is een tijdrovende bezigheid. Snel bevrijden is hier toch het beleid?


Een besluit tot noodbevrijding wordt op medische gronden genomen wanneer de patiënt  actueel ABC instabiel of ABC bedreigd is. Het protocol geeft aan dat pas ná noodbevrijding  en stabilisatie/ondersteuning van vitale functies, fixatie plaatsvindt.

ACS medicatie

Is toediening van ASA/aspegic geïndiceerd bij reeds regulier gebruik van ASA (acetylsalicylzuur) of reeds regulier gebruik van plavix ?


Bij reeds regulier gebruik van ASA (dagdosis 80-100 mg):
  • oplaaddosis ASA/aspegic behoeft niet meer te worden verstrekt.
Bij reeds regulier gebruik van plavix (clopidogrel):
  • oplaaddosis ASA/aspegic wordt alsnog verstrekt.
  • oplaaddosis clopidogrel (600 mg) behoeft niet meer te worden gegeven.

Pijnbestrijding bij trauma

Ketanest i.c.m. midazolam.
Als het nodig is om later de ketanest in een halve dosering nog een keer te geven, moet dan bij deze halve dosering ketanest alsnog weer midazolam gegeven worden?


Midazolam wordt als premedicatie toegepast in combinatie met esketamine.
Het beschermend effect van midazolam voor de psychotische stress respons hangt niet evenredig af van de gegeven dosis esketamine.
De werkingsduur van midazolam is relatief kort echter binnen de termijn van een herhalingsdosis esketamine van 10 min. lijkt herhaling van deze premedicatiedosis midazolam niet nodig.

Hypo-/hyperglycemie

In het protocol staat bij gebruik orale antidiabetica: verwijzing. In de verantwoording staat dat deze groep altijd in het ziekenhuis moet worden gepresenteerd. Geldt dat ook voor insuline afhankelijke patiënten?
Wat gebeurt er met patiënten aangetroffen met een acute hypo/hyperglycaemie en onbekend met antidiabetica?



Omdat orale anti-diabetica vaak een lange werkingsduur hebben, geldt voor deze groep patiënten dat ze altijd in het ziekenhuis gepresenteerd moeten worden aangezien ze opnieuw in een hypo kunnen schieten (VLPA), tenzij in overleg met de eigen huisarts goede thuisobservatie van de patiënt verantwoord is. Dit met het oog op het risico van een recidiverende hypoglycaemie (conform NHG standaard Diabetes mellitus type 2).
Ook patiënten die onbekend zijn met anti-diabetica met een acute dysglycaemie dienen gepresenteerd te worden in een ziekenhuis. Patiënten met regulier gebruik van insuline kunnen worden verwezen naar de huisarts.
Het protocol behoeft enige aanpassing om ook deze categorie patiënten onder te brengen.

Anti-emeticum

Tijdens de bijscholing waarin LPA7 pijnbestrijding werd behandeld gaf de docent aan dat als anti-emeticum droperidol 1 mg i.v. een goed alternatief kan zijn voor metoclopramide 10 mg i.v.
Is dit correct?


Intrahospitaal wordt droperidol inderdaad wel als zodanig gebruikt.
Metoclopramide heeft zich op basis van internationaal onderzoek in de prehospitale setting en SEH-fase niet positief onderscheiden als werkzaam anti-emeticum. Dat in tegenstelling tot droperidol in de post-operatieve fase. Beide middelen hebben daarentegen ook een totaal verschillend werkingsmechanisme. In de ambulancezorg speelt echter een belangrijk emetisch effect een rol: door de patiënt niet onderkende bewegingen, al dan niet onder invloed van medicatie zoals opiaten. Deze worden veroorzaakt door manipulatie en transport en vormen een oorzaak dan wel aanleiding voor misselijkheid en braken. Het effect van droperidol waarbij dit mechanisme een rol speelt is niet duidelijk. (prima gelegenheid voor nader onderzoek). Verder heeft droperidol een veelal niet gewenst sedatief effect met lange nawerking.

ACS triage medicatie

In het stroomschema wordt na de conclusie STEMI overgegaan tot toediening medicatie. Daarna wordt pas gekeken of patiënt voor PCI in aanmerking komt. Is dit juist en wat zijn de gevolgen als clopidogrel gegeven is en geen PCI volgt?


Na vastgesteld STEMI bestaat voor PCI in praktijk vrijwel geen exclusie.
In de uitzonderlijke situatie waarbij geen PCI mogelijk is, vormt deze antistollingsmedicatie geen reëel bezwaar met het oog op een klein verhoogd bloedingsrisico.

Circulatiearrest pasgeborene

Indien een pasgeborene een bls < 2,6 mmol/l heeft, wordt glucose 10% 2 ml/kg gegeven.
Wanneer dit geen resultaat oplevert v.w.b. verhoging hartfrequentie, wordt vervolgens een vochtbolus van 10 ml/kg gegeven.
Dient het volume glucoseoplossing verrekend te worden met het volume van de vochtbolus?
Als voorbeeld: een pasgeborene van 3 kg wordt 6 ml glucoseoplossing en vervolgens 30 ml NaCl gegeven.


Onder condities van circulatiearrest pasgeborene wordt een vochtbolus van 10-20 ml/kg geadviseerd overeenkomstig de ERC richtlijnen newborn life support.
Het totaalvolume van de glucoseoplossing en vochtbolus is 12 ml/kg en blijft derhalve ruim binnen de maximale grens van 20 ml/kg.

Medicatiedosering kinderen

Tot welk gewicht/leeftijd hanteren wij de kinderdosering in mg/kg?


Kinderdoseringen zijn voor diverse medicijnen niet evenredig met volwassen doseringen.
Tot volwassen leeftijd, stel tot 16 jaar, bij een lichaamsgewicht tot 50 kg wordt de kinderdosering met lichaamsgewicht (LG) als basis voor berekening gekozen. De berekende dosis geldt echter altijd tot een maximum, gelijk aan de maximaal volwassen dosis.

vb. dexamethason voor kind van 12 jaar met LG = 40 kg. Kinderdosering dexa = 0,4 mg/kg.
Berekening: 40x 0,4 mg = 16 mg. Het maximum is echter 10 mg, gelijk aan de volwassen dosering.

Voor de reanimatieprotocollen geldt, dat tot puberteit in mg/kg wordt gedoseerd met maximaal de volwassen dosering en als het kind in de puberteit is altijd de volwassen dosering.

Pijnbestrijding combinaties

In protocol ACS pijnbestrijding, wordt de gelegenheid gegeven fentanyl te combineren met midozalam.
In protocol Pijnbestrijding trauma, is dit alleen mogelijk i.c.m. esketamine. Ervaring leert dat sommige traumata b.v. collum e.d. ook veel baat kunnen hebben bij enige sedatie i.c.m. fentanyl.


Specifieke indicatie voor sedatie is onrust. In gevallen waarbij enerzijds onrust en angst en anderzijds pijn een rol spelen wordt angst en onrust vaak door de pijn veroorzaakt. Behandeling moet derhalve primair gericht zijn op de pijn om te voorkomen dat meervoudige therapie wordt toegepast waarvan bijwerkingen ernstiger kunnen zijn en moeilijker gecorrigeerd kunnen worden.

Bij pijnbestrijding ACS wordt causaal de pijn behandeld en zo nodig aanvullend de angst bestreden om het zuurstofverbruik te beperken.

Bij pijnbestrijding trauma wordt de pijn adequaat behandeld waarbij sedatie of veronderstelde spierrelaxatie geen relevant effect heeft; de patiënt ondervindt een reactieve spierspanning op basis van (niet of onvoldoende behandelde) pijn en het direkte trauma. Combinatie van fentanyl en een benzodiazepine (midazolam) geeft daarentegen een verhoogd risico op bijwerkingen, in het bijzonder bij ouderen waarbij de collumfractuur voorkomt.

Wervelkolom indicaties fixatie (1)

Er staat in dit protocol: wordt er voldaan aan tenminste 1 criterium, dan planken.
Betekent dit dat je bij 1 criterium, zoals bv. aangezichtsletsel en enig risico op wervelletsel al moet planken? Of wordt bedoeld met -tenminste 1 criterium- meer dan 1?




Het stroomschema in volgorde doorlopen om op fixatie uit te komen:
  1. enig risico op WK letsel = ja
  2. wordt voldaan aan tenminste 1 criterium = ja. Hierbij geldt aldus minimaal één criterium uit de lijst (**); dat is hetzelfde als één criterium of meer.

Wervelkolom indicaties fixatie (2)

Is het criterium "afleidende pijn en/of verdenking extremiteitsletsel" voor WK fixatie niet te algemeen gesteld ?



Het criterium - afleidende pijn - is inderdaad ruim te interpreteren.
Als voorbeelden hiervan zin fracturen van lange pijpbeenderen, grote wonden en brandwonden genoemd. Deze reeks kan worden uitgebreid met een andere pijn van hoge intensiteit waardoor pijn van een WK-trauma niet meer door de patiënt wordt opgemerkt.
Elke opsomming van voorbeelden levert derhalve beperkingen op.

Fluxus post partum

Is litteken-uterus (door sectio cesarea in de voorgeschiedenis) een contra-indicatie voor oxytocine bij fluxus post partum?


Litteken-uterus als conta-indicatie voor oxytocine wordt niet meer gehanteerd bij - vroege fluxus post partum -.

Hypo-/hyperglycaemie kind (2)

Worden in Nederland kinderen behandeld met orale antidiabetica?



Bij kinderen komt inderdaad type 2 diabetes (met orale antidiabetica) veel minder vaak voor dan type 1 (insuline afhankelijke vorm). Type 2 betreft evenwel een gestaag oplopend percentage, nu 2-3% van diabetes bij kinderen in Nederland en is gerelateerd aan het frequent voorkomen van obesitas bij kinderen.

Biperideen

Akineton voor extrapyramidaal syndroom. Als enige contra-indicatie wordt zwangerschap vermeld, maar is een laag kalium ook een zeer grote contra-indicatie?




Akineton = biperideen; is een centraal parasympaticolyticum met perifeer bijwerkingen waaronder tachycardie.
Hypokaliëmie kan inderdaad ritmestoornissen induceren waaronder PVC en tachyaritmie. In de prehospitale hulpverlening kan echter geen hypokaliëmie worden vastgesteld en vormt hier aldus geen relevante contra-indicatie.

Droperidol (2)

Bij voorzorgen staan een aantal aandoeningen vermeld, zijn dit contra-indicaties?


Onder voorzorgen worden aandoeningen en toestandsbeelden genoemd waarbij groter risico op bijwerkingen bestaat. Het betreft echter geen absolute contra-indicaties. Die zijn specifiek vermeld.

Anafylactische reacties

De dosering epinefrine is in LPA 7.2 verhoogd van 0,3 mg naar 0,5 mg IM. Gaat dit ook gelden voor gebruikers van de epipen?


Deze verhoging is gebaseerd op de ERC richtlijnen 2010. Of de dosering van de epipen nu aangepast gaat worden weten wij niet.

Uitvoering LPA 7.2

Waarom is de kaft van de LPA 7.2. boekjes niet van plastic (zoals bij voorgaande edities)?


LPA 7.2 is een tussentijde versie voor < 2 jaar. Verwacht wordt dat er in 2013 een nieuwe uitgave van LPA zal verschijnen.
Inmiddels is LPA ook in andere formats beschikbaar (PDF, Interactieve versie IE) . Zie LPA 7.2 in MENU.

Hypo-/hyperglycaemie kind (2)

Glucose 10% ampul van 10 ml volstaat voor pasgeborene, voor kinderen, b.v 12-16 jaar is dan een infuuszakje van 250 ml of 500 ml nodig? Veel diensten RAV'en hebben dit waarschijnlijk nog niet in de auto.


Dit zijn praktische zaken die per regio moeten worden opgelost. Voor kinderen geldt een dosering glucose van 10 tot 250 ml.

Hypo-/hyperglycaemie kind (3)

In LPA 7.2, protocol 17.21 staat als infuusbolus NaCl 0,9 % 10 ml/kg iv (rechts in kader). Maar alle niet-traumatische infuusbolussen voor kinderen zijn toch 20 ml/kg?


De vochtbehoefte bij een kind met hyperglycaemie wordt enerzijds bepaald door infusie als onderdeel van de behandeling van de hyperglycaemie, anderzijds door de eventuele aanvulling van de dehydratie. De in het protocol weergegeven hoeveelheid is als onderdeel van de behandeling van de hyperglycaemie.
Te veel vullen kan een te snelle daling geven van de osmotische waarde van het bloed en kan daarmee hersenoedeem veroorzaken. Met de eventuele vochtbehoefte nodig om te rehydreren is in het protocol niet meegenomen en deze zal afhankelijk zijn de mate van dehydratie.

Asystolie (abstineren)

Bij het beeindigen van het protocol Asystolie dient de beademing bij de patient losgekoppeld te worden om de mogelijkheid van airtrapping uit te sluiten. De patient wordt dan 5 minuten gemonitord. Dit is duidelijk. 
Kan/mag gedurende deze tijd (evt. enkele) thoraxcompressies gegeven worden om simpel gezegd, de longen te bevrijden van deze airtrapping en om de tijd waarin er ogenschijnlijk niets gedaan wordt te verkorten? (denk aan familie die ziet dat er niets meer gedaan wordt).


Zover ons bekend is er vanuit internationale richtlijnen nooit iets vastgelegd hoe deze periode van niet-beademen en wel monitoren nu precies moet worden ingevuld.
De geopperde procedure is niet verkeerd, je beademt niet, koppelt de beademing los, geeft wel thoraxcompressie en monitoort dan opnieuw op ritme.

Brandwonden (Parkland)

In het LPA 7.2 Brandwonden staat beschreven dat er vocht gegeven moet worden bij een TVLO>15% (> 10% bij 65 jaar).
Er wordt alleen bij beschreven dat er 0,25 ml/kg x TVLO % / uur gegeven moet worden, maar dit is toch de dosering voor kinderen? In de verantwoording en leerboek ambulance verpleegkundige wordt de Parkland formule beschreven en dit houdt in; 4 ml/kg x TVLO %  (in de eerste 8 uur hier de helft van geven, de rest in de 16 uur hierna). Is dit een fout in het protocol?


In di protocol wordt de Parkland formule gehanteerd. Protocol is bedoeld voor de acute situatie. Dit betekent dat de hulp plaats vindt binnen de eerste 8 uur van de parkland formule.
Deze formule zegt 4ml/kg x TVLO%, waarvan de eerste 8 uur de helft, ofwel 2ml/kg x TVLO% dit is 2/8 = 0,25ml/kg x TVLO%.
Overigens staat dit ook op pagina 97 van het VLPA.