Instrumenten

Om ambulancezorgverleners in staat te stellen goede zorg ter plaatse te leveren zijn er protocollen ontwikkeld. Deze protocollen zijn in feite een vertaling van het zorgbeleid van de sector, die op dit gebied overigens vooruitloopt. Verder vinden ze hun basis in wet- en regelgeving en zijn daarnaast wetenschappelijk onderbouwd (evidence based, best practice). Bij de ontwikkeling van protocollen wordt ook gebruik gemaakt van de deskundigheid van andere beroepsgroepen. Tevens vindt afstemming plaats met de ketenpartners.

Ambulancezorg Nederland is verantwoordelijk voor de protocollen. De ambulanceorganisaties dragen verantwoordelijkheid voor de uitvoering ervan. De sectororganisatie is verder intensief betrokken bij de ontwikkeling van het Nationaal Triage Systeem (NTS), waarmee alle acute eerstelijns zorgdiensten te maken krijgen. Bij het elektronisch patiëntendossier (EPD) brengt de organisatie vooral de expertise vanuit de sector in.

Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA)
Iedere ambulancezorgverlener kent het LPA. De opleiding hebben ze aan de hand daarvan doorlopen, het speelt een rol in hun dagelijks werk. Op dit moment is de zevende versie van het LPA, die geldt voor de periode 2007-2010, in gebruik.

Het LPA is de basis voor uniform handelen. Het maakt duidelijk op welke zorg een patiënt, in Groningen maar ook in Zeeland, mag rekenen. Tegelijkertijd maakt het ook het collectieve handelen in de sector transparant. En ambulancezorgverleners kunnen doordat er op eenzelfde manier gehandeld wordt makkelijker samenwerken of werken met andere ambulances.

Landelijke Standaard Meldkamer Ambulancezorg (LSMA)
De LSMA ondersteunt de verpleegkundig centralist op de Meldkamer Ambulancezorg (MKA). Hij hanteert daarmee een standaard voor het op medisch-verpleegkundige gronden bepalen van de urgentie en voor het nemen van beslissingen over de inzet van de juiste zorgverlener gezien de zorgvraag van de patiënt. Het kan daarbij gaan om het inzetten van (een) ambulance(s), Mobiel Medisch Team (MMT) of huisarts. Maar ook verwijzing naar andere zorgverleners is een optie (ziekenhuis, geestelijke gezondheidszorg (GGZ) of tandarts).

Ook de LSMA zorgt voor eenduidigheid van handelen. Dat is belangrijk voor de patiënt, maar ook voor onderlinge samenwerking bijvoorbeeld in de vorm van aansturing van ambulances van een andere ambulanceorganisatie.

Nederlands Triage Systeem (NTS)
In opdracht van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport (VWS) wordt een richtlijn ontwikkelt voor de hele keten van acute zorg gericht op triage. Die richtlijn is van toepassing om, op basis van een telefonische hulpvraag, te kunnen bepalen wat de zorgbehoefte is van een patiënt en hoe urgent die is. Bij de keten voor acute zorg gaat het om ambulancezorg, huisarts, afdelingen Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ).

Om het systeem een goede basis te geven is het van belang dat er eenduidigheid is rond het begrippenkader waarmee alle professionals werken. De pilotversie van het NTS is gebaseerd op de inhoud van de drie gangbare triagesystemen: LSMA, MTS (Manchester Triage Systeem) en de telefoonwijzer van het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap).

NTS betekent één systeem, één taal bij het beoordelen van zorgvragen. De resultaten van het experimenteren met de pilotversie (regio’s Zuid-Oost Brabant, Noord-West Veluwe, Utrecht, en IJsselland) worden in het voorjaar van 2009 verwacht.